The Project Gutenberg EBook of Vijf weken in een luchtballon, by Jules Verne

This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
almost no restrictions whatsoever.  You may copy it, give it away or
re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
with this eBook or online at www.gutenberg.org


Title: Vijf weken in een luchtballon

Author: Jules Verne

Release Date: August 20, 2006 [EBook #19086]

Language: Dutch

Character set encoding: ISO-8859-1

*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VIJF WEKEN IN EEN LUCHTBALLON ***




Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
Proofreading Team at http://www.pgdp.net/






[Inhoud]

Oorspronkelijke voorkant.

Wonderreizen.

Jules Verne.

Vijf Weken
In een Luchtballon.

Ontdekkingsreis
In de Binnenlanden van Afrika.

Mandje onder ballon.


Rotterdam:—Jacs. G. Robbers.

[Inhoud]

Gedrukt bij G. J. Thieme, te Arnhem.

[1]

[Inhoud]

I.

Einde van eene zeer toegejuichte redevoering.—Voorstelling van doctor Ferguson.—“Excelsior”—Persoonsbeschrijving van den doctor.—Een overtuigd fatalist.—Maaltijden in den Club der Reizigers.—Tallooze toosten.

Toehoorders bij het Koninklijk Aardrijkskundig genootschap te Londen.

Den 14den Januarij 1862 was er een groote samenloop van toehoorders bij de zitting van het Koninklijk Aardrijkskundig genootschap te Londen, Waterloo Place, 3. De president, sir Francis Maris, deed aan zijne geëerde medeleden eene belangrijke mededeeling in eene redevoering, die dikwijls door toejuichingen werd afgebroken.

Dit zeldzame stuk van welsprekendheid eindigde met eenige overdrevene spreekwijzen, waaruit de vaderlandsliefde ten volle bleek.

“Engeland is altijd het voornaamste volk geweest door de onverschrokkenheid zijner reizigers in aardrijkskundige ontdekkingen. (talrijke toejuichingen.) Doctor Samuel Ferguson, een zijner roemrijkste inwoners, zal zijn oorsprong geene schande aandoen (van alle kanten: Neen! neen!) Deze poging zal, als zij gelukt (zij zal gelukken!) al wat men tot hiertoe van de aardrijkskunde van Afrika [2]weet met elkander verbinden (algemeene goedkeuring.) en, als zij mislukt (nooit! nooit!), zal zij ten minste van een der stoutmoedigste plannen van het menschelijk genie getuigen! (hevig stampen met de voeten.)”

“Hoezee! hoezee!” riep de vergadering, door deze treffende woorden opgewekt.

“Hoezee voor den onverschrokken Ferguson!” riep een der uitbundigste toehoorders.

Kreten van verrukking weergalmden. De naam van Ferguson kwam op ieders lippen, en wij hebben reden om te gelooven, dat hij er veel bij won dat hij door Engelschen werd vermeld.

Daar toch waren talrijke, vergrijsde, vermoeide en onverschrokken reizigers, die de geheele wereld hadden doorkruist! Allen waren ontsnapt aan schipbreuken, branden of de tomahawks der Indianen, de knodsen der wilden, de strafpaal en de magen van Australiërs, maar niets kon het kloppen van hun hart bedwingen gedurende de redevoering van sir Francis Maris, en naar menschen geheugen was dit de schoonste uitslag eener aanspraak in het Koninklijk Aardrijkskundig genootschap van Londen.

Maar in Engeland bepaalt zich de geestdrift niet alleen tot woorden. Er werd terstond gestemd over eene tegemoetkoming voor den doctor Ferguson, welke 2500 pond sterling beliep. De belangrijkheid der som was geëvenredigd aan de belangrijkheid der onderneming.

Een der leden van het gezelschap verzocht den president het woord, ten einde te vragen of doctor Ferguson niet officieel voorgesteld zou worden.

“De doctor stelt zich ter beschikking der vergadering,” antwoordde sir Francis Maris.

“Laat hem binnenkomen,” riep men, “laat hem binnenkomen! Het is goed een zoo buitengewoon stoutmoedig man te zien!”

“Misschien heeft dit ongeloofelijke voorstel geen ander doel gehad dan om ons te misleiden,” zeide een oude kommodore.

“En als doctor Ferguson niet bestond!” riep eene andere stem.

“Dan zou men hem moeten vinden,” antwoordde schertsend een lid van dit deftige genootschap.

“Laat doctor Ferguson binnenkomen,” zeide sir Francis Maris.

De doctor trad binnen te midden van donderende toejuichingen, niet in het minste ontroerd.

Het was een man van ongeveer veertig jaar en van gewone lichaamsgestalte; zijn bloedrijk gestel verraadde zich door eene hoogroode kleur; hij had regelmatige trekken, met een neus in de gedaante der voorsteven van een schip, gewoonlijk de neus der menschen, die tot ontdekkingen voorbeschikt zijn, genoemd; zijne zachte meer verstandige dan stoutmoedige oogen zetten eene groote [3]bekoorlijkheid bij aan zijne gelaatstrekken; zijne armen waren lang en zijne voeten zette hij neder met al de deftigheid van een grooten looper.

Die kalme deftigheid vertoonde zich in den geheelen persoon des doctors, en niemand kwam het in de gedachte eenig vermoeden te koesteren, dat hij het werktuig van de onschuldigste misleiding kon zijn.

Ook hielden de toejuichingen slechts op, op het oogenblik dat doctor Ferguson door een zacht gebaar stilte verzocht; hij ging naar den armstoel, die voor zijne voorstelling was gereed gemaakt; vervolgens rechtop staande hief hij den rechter wijsvinger omhoog, opende den mond en sprak dit enkele woord: “Excelsior!”1.

Neen, nooit had een voorstel van lord Palmerston om gelden te vragen voor het bezetten der rotsen van Engeland een zoo goeden uitslag gehad. De redevoering van sir Francis Maris was ver overtroffen. De doctor toonde zich te gelijk verheven, groot en edel.

De oude kommodore, volkomen met dien zonderlingen man verzoend, verzocht de “volledige” opneming van de redevoering Ferguson in “de Bulletins van het Koninklijk Aardrijkskundig genootschap van Londen.”

Wie was dan toch die doctor, en aan welke onderneming ging hij zich wijden?

De vader van den jongen Ferguson, een dapper kapitein ter zee, had zijn zoon, van diens prille jeugd af, deel doen nemen aan de gevaren en avonturen van zijn beroep. Dit waardige kind, dat nooit de vrees schijnt gekend te hebben, toonde reeds vroegtijdig een levendigen geest, een begrip van onderzoek en eene merkwaardige geneigdheid tot de wetenschappen; daarenboven legde hij eene groote behendigheid aan den dag om zich uit de verlegenheid te helpen; hij was met niets verlegen, zelfs niet met het gebruik zijner eerste vork, waarin de kinderen in het algemeen zoo zelden slagen.

Weldra ontvlamde zijne verbeeldingskracht bij het lezen der stoute ondernemingen en der onderzoekingen ter zee; hij volgde oplettend de ontdekkingen in het eerste gedeelte der negentiende eeuw, hij droomde van den roem van Mungo Park, Bruce, Gaillié, Levaillant en zelfs, geloof ik, van dien van Selkirk, den Robinson Crusoe, die hem niet geringer scheen. Hoeveel uren bracht hij met hem door op zijn eiland Juan Fernadez! Hij keurde dikwijls de denkbeelden van den verlaten matroos goed, somtijds beredeneerde hij zijne plannen en ontwerpen; hij zou anders misschien later op zijn minst genomen even goed hebben gehandeld! Maar zeker is het, dat hij nooit dat gelukkige eiland zou ontvlucht zijn, waar hij [4]gelukkig was als een koning zonder onderdanen...., neen, zelfs niet al had hij eerste lord der admiraliteit kunnen worden.

Ik laat u te denken hoe deze aanleg zich gedurende zijne avontuurlijke jeugd ontwikkelde, geslingerd als hij was naar alle hoeken der wereld. Zijn vader, als een kundig man, versterkte dit levendig verstand door ernstige studiën in natuurkunde en werktuigkunde, vereenigd met een weinig plantenkunde, geneeskunde en sterrenkunde.

Bij den dood van den waardigen kapitein, had Samuel Ferguson, twee-en-twintig jaren oud, reeds eene reis rondom de wereld gedaan; hij nam dienst in het korps bengaalsche ingenieurs en onderscheidde zich bij verschillende gelegenheden; maar het soldatenleven beviel hem niet; daar hij er niet om gaf om te bevelen, wilde hij ook niet gaarne gehoorzamen. Hij diende zijn ontslag in, en nu eens jagende, dan eens planten zoekende, ging hij naar het noorden van het Indische schiereiland, en doorreisde dit van Calcutta tot Surate.

Van Surate zien wij hem naar Australië gaan en in 1845 deelnemen aan de onderneming van kapitein Sturt, belast met het verkennen der Kaspische zee, die men onderstelt te bestaan in het midden van Nieuw-Holland.

Samuel Ferguson kwam omstreeks 1850 in Engeland terug, en meer dan ooit bevangen met de zucht naar ontdekkingen, vergezelde hij tot in 1853 kapitein Mac Clure op den tocht naar Amerika van de Behringstraat tot aan Kaap Farewell.

In spijt der vermoeienissen van allerlei aard en onder alle luchtstreken, genoot Ferguson eene bloeiende gezondheid, hij leefde op zijn gemak te midden der grootste ontberingen; hij was het beeld van een volmaakten reiziger, wiens maag zich naar willekeur inkrimpt of uitzet, wiens beenen langer of korter worden, naar gelang van de rustplaats waarop hij ligt, die op elk uur van den nacht inslaapt en op elk uur van den nacht ontwaakt.

Niets is sedert minder verbazend dan onzen onvermoeiden reiziger terug te vinden op zijn tocht door het westen van Thibet, in gezelschap der broeders Schlagintweit, van 1855 tot 1857, waarvan merkwaardige opmerkingen over volkenkunde het gevolg waren.

Gedurende die verschillende reizen was Samuel Ferguson de werkzaamste en belangrijkste correspondent van den “Daily Telegraph,” het dagblad van een penny, waarvan dagelijks 140,000 exemplaren worden gedrukt, die nauwelijks voldoende zijn voor vele millioenen lezers. Men kende hem wel, dien doctor, hoewel hij geen lid was van eenige geleerde instelling, noch van de Koninklijk Aardrijkskundige genootschappen van Londen, Parijs, Berlijn, Weenen of St. Petersburg, noch van de club der Reizigers, noch zelfs van het Koninklijk Polytechnisch Instituut, waar zijn vriend, de geleerde Kokburn, eene eervolle plaats bekleedde.

Het gastmaal in Pall Mall. Blz. 6.

Het gastmaal in Pall Mall. Blz. 6.

Deze geleerde stelde hem eens voor het volgende vraagstuk op te [5]lossen: Gegeven zijnde het aantal mijlen door den doctor doorloopen, hoe veel weg heeft zijn hoofd meer afgelegd dan zijne voeten, door het verschil der stralen? Of: gegeven het aantal mijlen [6]door de voeten en het hoofd van den doctor doorloopen, zijne lengte tot op eene lijn nauwkeurig te berekenen?

Maar Ferguson hield zich altijd verwijderd van de geleerde genootschappen, daar hij geen vriend was van praten; hij vond dat de tijd veel beter besteed wordt met zoeken en ontdekken dan met redeneeren.

De doctor ontving de toejuichingen van de toehoorders met kalmte; hij was daarboven verheven, daar hij geen hoogmoed en nog minder ijdelheid bezat; hij vond het voorstel, dat hij aan den president Sir Francis Maris had gedaan, zeer natuurlijk en bemerkte zelfs niet, welk een indruk het maakte.

Na de zitting werd de doctor naar de Club der Reizigers in Pall Mall gebracht, waar te zijner eer een prachtig gastmaal was aangericht. De grootte der gerechten was geëvenredigd aan de belangrijkheid van den persoon, en de steur, die daar prijkte, was geen drie duim korter dan Samuel Ferguson zelf.

Vele toosten werden uitgebracht op de reizigers, die zich hadden beroemd gemaakt door tochten in Afrika, gelijk ook op Samuel Ferguson, die door zijne ongeloofelijke poging de onderzoekingen der reizigers met elkander in verband moest brengen en de reeks van ontdekkingen in Afrika voltooien.


1 Al hooger!

[Inhoud]

II.

Een artikel van den “Daily Telegraph.”—Oorlog der geleerde dagbladen.—De heer Petermann ondersteunt zijn vriend Dr. Ferguson.—Antwoord van den geleerden Koner.—Aangegane weddenschappen.—Verschillende voorstellen aan Ferguson gedaan.

Des anderen daags, 15 Januari, las men in den Daily Telegraph het volgende artikel:

“Afrika zal eindelijk het geheim harer uitgestrekte vlakten openbaren; een hedendaagsche Oedipus zal ons het raadsel oplossen, dat de geleerden van zestig eeuwen niet hebben kunnen verklaren. Eertijds werd het zoeken van de bronnen van den Nijl beschouwd als eene onzinnige poging, eene hersenschim, die nooit zou verwezenlijkt worden.

“Doctor Barth, die tot aan Soedan den weg van Denham en Clapperton heeft gevolgd, doctor Livingstone, zijne onverschrokken onderzoekingen uitstrekkende van de Kaap de Goede Hoop tot aan de vallei van den Zambezi, de kapiteins Burton en Speke [7]hebben door de ontdekking der binnenmeeren drie wegen geopend voor de tegenwoordige beschaving; het punt, waar hunne wegen elkander kruisten, waar geen reiziger nog heeft kunnen komen, is het hart zelf van Afrika. Daar moeten alle pogingen tot ontdekking worden aangewend.

“Maar de arbeid van deze moedige steunpilaren der wetenschap zal weder opgevat worden door de stoutmoedige poging van Dr. Ferguson, wiens schoone onderzoekingen onze lezers zeker gelegenheid hebben gehad naar waarde te schatten.

“Deze onverschrokken ontdekker stelt zich voor Afrika van het oosten naar het westen in een luchtballon door te trekken. Als wij goed onderricht zijn, zal het eiland Zanzibar op de westkust de plaats van het vertrek zijn. Wat het punt van aankomst betreft, alleen de Voorzienigheid kent dit.

“Het voorstel van dezen wetenschappelijken tocht is gisteren officieel aan het Koninklijk Aardrijkskundig genootschap gedaan; eene som van 2500 Pond is toegestaan ter tegemoetkoming in de kosten der onderneming.

“Wij zullen onze lezers op de hoogte houden van deze poging, die zonder wederga is in de jaarboeken der aardrijkskunde.”

Zoo als men denken kan, maakte dit artikel veel gerucht; het verdreef eerst de stormen van het ongeloof; Dr. Ferguson werd gehouden voor een zuiver hersenschimmig persoon, van de uitvinding van Mr. Barnum, die, na in de Vereenigde Staten te hebben gearbeid, zich gereed maakte ook in Engeland zaken te doen.

Een aardig antwoord verscheen te Geneve in het Februari-nummer van het “Bulletin van het Aardrijkskundig genootschap,” het maakte het Koninklijk genootschap te Londen, de Club der Reizigers en den buitengewoon grooten steur op eene geestige wijze belachelijk.

Maar de Heer Petermann bracht in zijne “Mededeelingen,” die te Gotha verschenen, het dagblad van Geneve geheel tot zwijgen. De Heer Petermann kende Dr. Ferguson persoonlijk, en stelde zich borg voor de onverschrokkenheid van zijn vriend.

Voor het overige was de twijfel niet langer mogelijk; de toebereidselen voor de reis werden te Londen gemaakt, de fabrieken van Lyon hadden eene belangrijke bestelling van taf ontvangen voor de samenstelling van den luchtballon, eindelijk stelde het Britsche gouvernement het transportschip de Resolute, kapitein Pennet, ter beschikking van den doctor.

Terstond werden er duizenden aanmoedigingen gegeven, duizend gelukwenschen gedaan. De bijzonderheden der onderneming verschenen geheel in de Bulletins van het “Aardrijkskundig genootschap” van Parijs, een merkwaardig artikel werd gedrukt in de “Nieuwe Jaarboeken van Reizen, Aardrijkskundige Geschiedenis en Oudheidkunde van V.A. Malte-Brun;” een opstel in het [8]“Tijdschrift voor algemeene Aardkennis” door Dr. W. Koner, bewees zegevierend de mogelijkheid dezer reis, de kansen van goeden uitslag, de natuur der hinderpalen, de groote voordeelen eener luchtreis; hij keurde alleen het punt van vertrek af, waartoe hij liever Masuah, eene kleine haven van Abyssinië, wilde gekozen hebben, vanwaar James Bruce in 1768 vertrokken was, om de bronnen van den Nijl op te sporen. Overigens bewonderde hij onvoorwaardelijk den krachtigen geest van Dr. Ferguson.

De “North American Review”, zag met eenig ongenoegen een zoodanigen roem voor Engeland bewaard, hij maakte van het voorstel van den doctor eene scherts en noodigde hem uit naar Amerika te komen, terwijl hij op zoo’n goeden weg was.

Kortom, zonder de dagbladen der geheele wereld mede te rekenen, was er geen wetenschappelijk tijdschrift, dat het feit niet in al zijne vormen vermeldde.

Aanzienlijke weddenschappen werden in Londen en geheel Engeland aangegaan, 1°. over het wezenlijke of vermeende bestaan van Dr. Ferguson; 2°. over de reis, die volgens eenigen niet, volgens anderen wel zou ondernomen worden; 3°. over het al of niet welslagen; 4°. over de waarschijnlijkheid of onwaarschijnlijkheid van de terugkomst van Dr. Ferguson. Men schreef ontzettende sommen in het boek der weddenschappen in, alsof er sprake was van de wedrennen van Epsom.

Aldus hielden geloovigen en ongeloovigen, onwetenden en geleerden de oogen op den doctor gevestigd. Hij gaf gaarne nauwkeurige inlichtingen omtrent zijne reis. Hij was gemakkelijk te spreken en de natuurlijkste mensch ter wereld. Meer dan een moedig avonturier meldde zich bij hem aan om in den roem en de gevaren der onderneming te deelen, maar hij weigerde, zonder reden te geven van zijne weigering.

Talrijke uitvinders van werktuigen, toepasselijk op de richting van den luchtballon, kwamen ieder hun stelsel bloot leggen. Hij wilde er geen aannemen. Aan ieder, die hem vroeg, of hij in dit opzicht iets had ontdekt, weigerde hij volstrekt zich te verklaren en hij hield zich meer dan ooit met de toebereidselen voor zijne reis bezig. [9]

Twee heren die een kaart bestuderen.

[Inhoud]

III.

De vriend van den doctor—Van welken tijd hunne vriendschap dagteekende—Dick Kennedy te Londen—Onverwacht, maar niet geruststellend voorstel—Weinig troostend spreekwoord—Eenige namen uit het martelaarsboek van Afrika—Voordeelen van een luchtballon.—Het geheim van doctor Ferguson.

Doctor Ferguson had een vriend. Geen tweede ik; zulk eene vriendschap kon niet bestaan tusschen twee geheel verschillende wezens. Deze vriend, Dick Kennedy geheeten, was een Schot in de volste beteekenis des woords, openhartig, resoluut, koppig. Hij bewoonde de kleine stad Leith bij Edinburg. Hij was soms visscher, maar overal en altijd een hartstochtelijk jager, wat niemand verwondert van een Schot, die gewoon is de bergen der Hooglanden te doorkruisen. Men noemde hem als iemand, die goed met de karabijn kon schieten; niet alleen deed hij de kogels door een mes in tweeën splijten, maar zelfs in zoo gelijke stukken dat, als men die woog, men geen beduidend verschil tusschen hen kon merken.

De gelaatstrekken van Kennedy deden denken aan die van Halbert Glendinning, zooals Walter Scott die beschreven heeft in “het Klooster;” zijn gestalte was hooger dan zes Engelsche voeten; vol bevalligheid scheen hij met een herculische kracht begaafd, zijn [10]aangezicht sterk gebruind door de zon, levendige zwarte oogen, eene natuurlijke stoutmoedigheid en eindelijk iets goeds en stevigs in zijn geheelen persoon, maakte iedereen met den Schot ingenomen. De beide vrienden hadden kennis gemaakt in Indië, toen beiden bij hetzelfde regiment dienden; terwijl Dick op tijgers en olifanten jacht maakte, zocht Samuel planten en insecten; ieder kon zich in zijn vak bekwaam noemen en meer dan eene zeldzame plant kwam in het bezit van den doctor, die evenveel waarde voor hem had als een paar ivoren slagtanden.

Deze twee jongelieden hadden nooit gelegenheid elkander het leven te redden, noch een of anderen dienst te bewijzen. Vandaar hunne onveranderlijke vriendschap. Het noodlot verwijderde hen soms, maar de sympathie hereenigde hen altoos.

Sedert hunne terugkomst in Engeland werden zij dikwijls gescheiden door de verre tochten van Ferguson, maar als deze terug was ging hij altijd eenige weken bij zijn vriend den Schot doorbrengen.

Dick sprak van het verledene, Samuel bereidde de toekomst, de een zag voor, de ander achter zich. Vandaar was de geest van Ferguson onrustig, die van Kennedy altijd kalm.

Na zijne reis door Thibet sprak de doctor bijna twee jaar lang niet van eenige nieuwe onderzoekingen; Dick geloofde dat zijne zucht naar reizen en avonturen verdwenen was en was daarover verrukt. Het moest, zeide hij, den een of anderen dag een slecht einde nemen; hoe men ook aan allerlei soort menschen gewoon zij, men reist niet straffeloos te midden der menscheneters en wilde dieren. Kennedy trachtte dus Samuel over te halen zijne rust te nemen, daar hij genoeg voor de wetenschap en te veel voor de menschelijke dankbaarheid had gedaan.

Hierop vergenoegde zich de doctor met niets te antwoorden; hij bleef peinzend en gaf zich toen aan geheime berekeningen over, zijne nachten met cijferen doorbrengende, terwijl hij zelfs bijzondere werktuigen beproefde, waarvan niemand zich rekenschap kon geven. Men gevoelde dat hij iets grootsch in het hoofd had.

“Waarover kan hij zoo denken?” vroeg Kennedy zich af, toen zijn vriend hem in Januari verlaten had om naar Londen terug te keeren. Hij vernam dit op een morgen door het artikel in den “Daily Telegraph.”

“Genadige Hemel!” riep hij uit, “die dwaas, die onzinnige! Afrika in een luchtballon te doorkruisen! Dat ontbrak er nog aan! Ziedaar dan waarover hij sedert twee jaren dacht.

Toen zijne vertrouwde huishoudster, de oude Elspeth, hem trachtte te overtuigen dat het wel eene misleiding kon zijn, antwoordde hij: “Kom, ik zou mijn man niet kennen? Is het niet juist iets voor hem? Door de lucht te reizen! Nu is hij jaloersch op de arenden! Neen, dit zal niet gebeuren, ik zal het wel weten te verhinderen! [11]Als men hem liet begaan, zou hij, op een mooien dag weer, naar de Maan vertrekken.”

Denzelfden avond nam Kennedy, half ongerust, half verbitterd plaats op den spoortrein en kwam den volgenden morgen te Londen aan.

Denzelfden avond nam Kennedy plaats op den spoortrein.

Drie kwartier daarna zette hem een cab aan het kleine huis des doctors, Soho Square, Greek Street, af; hij trad den drempel over en kondigde zich aan door vijf harde slagen op de deur.

Ferguson zelf opende hem.—“Dick?” zeide hij zonder eenige verwondering.—“Dick zelf,” antwoordde Kennedy.—“Hoe, mijn waarde Dick, gij te Londen, gedurende de winterjacht?”—“Ja, ja.”—“En wat komt gij er doen?”—“Eene dwaasheid zonder naam verhinderen.”—“Eene dwaasheid?” zeide de doctor.—“Is het waar, wat dit dagblad verhaalt,” antwoordde Kennedy, hem het nummer van den Daily Telegraph toonende.—“O! spreekt gij daarvan! Die dagbladen zijn zeer onbescheiden! Maar ga zitten, mijn waarde Dick.”—“Ik ga niet zitten.”—“Hebt gij degelijk het voornemen deze reis te ondernemen?”—“Vast; mijne toebereidselen gaan goed voort, en ik....”—“Waar zijn zij, dat ik ze in stukken kan breken?”

De waardige Schot werd ernstig boos.

“Bedaard, mijn, waarde Dick,” hernam de doctor. “Ik begrijp uwe verbittering. Gij zijt boos op mij, dat ik u mijne nieuwe ontwerpen niet heb medegedeeld.”—“Noemt gij dat nieuwe ontwerpen?”—“Ik [12]heb veel te doen gehad,” antwoordde Samuel, zonder op deze woorden acht te slaan. “Maar wees bedaard, ik zou niet vertrokken zijn, zonder u te schrijven.”—“Daarom geef ik niet.”—“Omdat ik voornemens ben u mede te nemen.”

De Schot deed een sprong, waarover een gems zich niet zou geschaamd hebben.

“Ah, ha!” zeide hij, “gij wilt dus dat men ons beiden in het gesticht Bethlehem1 opsluite!”—“Ik heb bepaald op U gerekend, mijn waarde Dick en ik heb u gekozen, met uitsluiting van vele anderen.”

Kennedy bleef verstomd staan.

“Als gij mij tien minuten lang zult hebben aangehoord,” antwoordde de doctor bedaard, “zult gij mij bedanken.”—“Spreekt gij in ernst?”—“Zeker.”—“En als ik weiger u te vergezellen?”—“Gij zult niet weigeren.”—“Maar als ik weiger?”—“Dan zal ik alleen vertrekken.”

“Laat ons gaan zitten,” zeide de jager, “en zonder drift spreken. Als gij niet gekscheert is het wel de moeite waard dat men redeneert.”

“Laat ons redeneeren terwijl wij ontbijten, mijn waarde Dick.”

De beide vrienden gingen over elkander zitten voor eene kleine tafel, tusschen een hoop geroosterde broodjes en een grooten trekpot.

“Mijn waarde Samuel,” zeide de jager, “uw ontwerp is onzinnig! het is onmogelijk! het gelijkt op niets ernstigs en uitvoerbaars!”—“Dat zullen wij zien, na het beproefd te hebben.”—“Maar juist dat moet gij niet doen.”—“Waarom niet, als het u belieft?”—“En dan de gevaren en hinderpalen van allerlei aard!”—“De hinderpalen,” antwoordde Ferguson ernstig, “zijn uitgevonden om overwonnen te worden en wat de gevaren betreft, wie kan zich vleien, ze te ontvluchten? Alles is gevaar in het leven; het kan zeer gevaarlijk zijn voor zijne tafel te zitten of zijn hoed op het hoofd te zetten; overigens moet men hetgeen gebeuren zal, beschouwen als reeds gebeurd en slechts het tegenwoordige in de toekomst zien, want de toekomst is slechts een weinig meer verwijderd tegenwoordig.”—“Wat!” zeide Kennedy, de schouders ophalende, “gij zijt altijd fatalist.”—“Altijd, maar in de goede opvatting van het woord. Laten wij ons dus niet bekommeren over hetgeen het lot over ons beschikt en nooit ons goed Engelsch spreekwoord vergeten: ‘de mensch, die geboren is om opgehangen te worden, zal nimmer verdrinken.’

Daarop viel niets te antwoorden, hetgeen echter Kennedy niet verhinderde eene menigte bewijsgronden bij te brengen, welke hier op te noemen te lang zou duren. Maar eindelijk zeide hij na een uur redeneeren: “als gij volstrekt Afrika wilt doortrekken, als dit noodzakelijk is voor uw geluk, waarom slaat gij den gewonen weg niet in?” [13]

Dick Kennedy. Blz. 9.

Dick Kennedy. Blz. 9.

“Waarom?” antwoordde de doctor, “omdat tot hiertoe alle pogingen mislukt zijn! Omdat van Mungo Park af, die op den Niger werd vermoord, tot aan Vogel die in Wadaï verdwenen is, sedert [14]Oudney, die te Murmur, Clapperton, die te Sackatou gestorven is, tot op den Franschman Maizan, die in stukken is gehouwen, van den majoor Laing af, die door de Touaregs gedood werd, tot op Roscher van Hamburg, die in het begin van 1860 werd vermoord, talrijke slachtoffers in Afrika gevallen zijn. Omdat het worstelen tegen de elementen, den honger, den dorst, de koorts, de wilde dieren en nog wilder volksstammen onmogelijk is! Omdat dat, wat op de eene wijze niet kan worden uitgevoerd, op eene andere manier beproefd moet worden! Eindelijk omdat daar, waar men niet middendoor kan, men er langs of over moet!”

“Als het slechts de zaak was om er voorbij te gaan, maar er overheen, dat is iets anders,” hernam Kennedy.

“Welnu,” zeide de doctor met de grootste koelbloedigheid, “wat heb ik te vreezen? Gij zult wel begrijpen, dat ik mijne voorzorgen genomen heb om geen val van mijn ballon te duchten te hebben, als hij mij dus in den steek laat, zal ik mij op de gewone wijze der onderzoekers op de aarde terug bevinden; maar mijn ballon zal zulke kuren niet krijgen, wees daarvan verzekerd.”

“Gij moet er integendeel op rekenen.”—“Neen, mijn waarde Dick. Ik zal er mij niet van scheiden vóór mijne aankomst aan de westkust van Afrika. Met dezen ballon is alles mogelijk, zonder hem verval ik weder in de gevaren en natuurlijke hinderpalen van een dergelijken tocht; met hem heeft men noch hitte, noch stortvloeden, noch onweders, noch den samoem, noch de ongezonde klimaten, noch de wilde dieren, noch de menschen te vreezen! Als ik te warm ben, klim ik; ben ik te koud, ik daal; bergen, afgronden, stroomen kan ik overtrekken, een onweder beheersch ik, een bergstroom ga ik strijkelings voorbij! Ik ga zonder mij te vermoeien, ik houd stil zonder rust te behoeven! Ik zweef boven nieuwe steden! Ik vlieg met de snelheid des orkaans, nu eens in de hoogste luchtstreken, dan eens op de honderd voet afstands van den grond, en de kaart van Afrika ontrolt zich voor mij in den grooten atlas der wereld.”

De brave Kennedy begon zich ontroerd te gevoelen en echter duizelde hij van het schouwspel, dat hij zich voor oogen stelde. Hij beschouwde Samuel met bewondering, maar ook met vrees; hij voelde zich reeds in de ruimte slingeren.

“Laat zien,” zeide hij, “mijn waarde Samuel, gij hebt dus het middel gevonden, om de ballons te sturen?”—“Geenszins, dit is een hersenschim.”—“Maar dan zult gij gaan....”—“Waarheen de Voorzienigheid het wil, maar toch van het Oosten naar het Westen.”—“Waarom?”—“Omdat ik mij van de passaatwinden denk te bedienen, wier richting standvastig is.”—“O! waarlijk!” zeide Kennedy nadenkend: “de passaatwinden.... zeker.... men kan.... er is werkelijk iets....” [15]

“Mijn beste vriend, er is alles. Het engelsche gouvernement heeft een transportschip te mijner beschikking gesteld, men is eveneens overeengekomen, dat drie of vier schepen op de westkust zouden kruisen ten tijde van mijne vermoedelijke aankomst. Binnen hoogstens drie maanden zal ik te Zanzibar zijn, waar ik mijn ballon vullen zal, en vandaar zullen wij opstijgen....”

“Wij!” zeide Dick.—“Zoudt gij nog eenige tegenwerping te maken hebben? Spreek, vriend Kennedy.”—“Eene tegenwerping? ik heb er duizend; maar zeg mij, onder anderen eens; als gij het land wilt zien, als gij naar willekeur wilt rijzen of dalen, kunt gij dit niet doen zonder uw gas te verliezen: tot heden zijn daaromtrent geene andere handelwijzen bekend, en dit heeft altijd de lange luchtreizen verhinderd.”

“Mijn waarde Dick, ik zal u slechts één ding zeggen, ik zal geen deeltje gas, hoe klein ook, verliezen”—“En gij zult naar willekeur neerdalen?”—“Ja.”—“En hoe zult gij dat aanleggen?”—“Dat is mijn geheim, vriend Dick. Vertrouw, en uwe spreuk zij, even als de mijne: ‘Excelsior.’—“Het zij zoo,” antwoordde de jager, die geen woord Latijn verstond.

Maar hij was vast besloten om zich door alle mogelijke middelen tegen het vertrek van zijn vriend te verzetten. Hij hield zich dus of hij het met hem eens was en vergenoegde zich met waarnemen. Samuel ging het oog houden op zijne toebereidselen.


1 Krankzinnigengesticht te Londen.

[Inhoud]

IV.

Afrikaansche onderzoekingen.—Barth, Richardson, Overweg, Werne, Brun-Rollet, Peney, Andrea Debono, Miani, Guillaume Lejean, Bruce, Krapf en Rebmann. Maizan, Roscher, Burton en Speke.

De richting, die doctor Ferguson zich had voorgesteld te volgen, was niet bij toeval gekozen, zijn punt van vertrek was ernstig overwogen, en niet zonder reden besloot hij van het eiland Zanzibar op te stijgen. Dit eiland, dicht bij de Oostkust van Afrika gelegen, ligt op 6° zuiderbreedte, dat is 430 geographische mijlen bezuiden den evenaar.

Van dit eiland was de laatste expeditie vertrokken om de bronnen van den Nijl op te sporen.

Maar het zal goed zijn aan te wijzen, welke onderzoekingen Ferguson hoopte te verbinden. Er zijn twee hoofdzakelijke: die van doctor Barth in 1849, en die van de luitenants Burton en Speke in 1858.

Doctor Barth is een Hamburger, die voor zijn landgenoot Overweg en voor zich het verlof vroeg om zich bij den tocht van den [16]Engelschman Richardson te voegen; deze was belast met eene zending naar Soudan.

Dit uitgestrekte land is gelegen tusschen 15° en 10° noorderbreedte, dat is te zeggen, om er te komen, moet men meer dan 500 mijlen in het binnenste van Afrika dringen.

Tot op dien tijd was die landstreek slechts bekend door de reis van Denham, Clapperton en Oudney van 1822 tot 1824. Richardson, Barth en Overweg, begeerig hunne onderzoekingen verder voort te zetten, kwamen te Tunis en Tripoli aan, even als hunne voorgangers, en vervolgens te Murzuk, hoofdstad van Fezzan.

Zij verlieten toen de loodrechte richting en maakten een omweg westwaarts naar Ghât, niet zonder moeielijkheden geleid door de Touaregs. Na duizend tooneelen van plundering, kwelling, aanvallen met gewapende hand, kwam hunne karavaan in October in de groote oase van Asben. Doctor Barth scheidde zich van zijne gezellen, deed een uitstapje naar de stad Aghadès en voegde zich weder bij den tocht, die zich den 12den December weder op weg begaf; zij kwamen in de provincie Damerghou, waar de reizigers scheidden en Barth den weg van Kano insloeg, waar hij met geduld en na het betalen van aanzienlijke sommen aankwam.

Ondanks een hevige koorts verliet hij deze stad den 7den Maart door een enkelen bediende gevolgd. Het voornaamste doel zijner reis was het meer Tchad te verkennen, waarvan hij nog 350 mijlen verwijderd was. Hij ging toen oostwaarts en bereikte de stad Zouricolo in Burnou, aan den oever van het meer. Eindelijk bereikte hij na drie weken, den 14den April, twaalf en een halve maand na zijn vertrek van Tripoli, de stad Ngornou.

Wij vinden hem den 29sten Maart 1851 weder bij zijn vertrek met Overweg om het koninkrijk Adamaoua, ten zuiden van het meer, te bezoeken; hij kwam tot aan de stad Yola, een weinig beneden 9° noorderbreedte. Dit is de uiterste grens door dien stoutmoedigen reiziger bereikt.

Hij kwam in Augustus te Kouka terug, vandaar doorreisde hij achtereenvolgens Mandara, Barghimi, Kanem en bereikte de uiterste grens ten Oosten, de stad Masena, op 17° 20′ westerlengte gelegen1.

Den 25sten November 1752, na den dood van Overweg, zijn laatsten medgezel, drong hij westelijk door, bezocht Sockoto, stak den Niger over, en kwam eindelijk te Tombuctoe, waar hij acht maanden lang moest kwijnen te midden der kwellingen en slechte behandelingen van den scheik en van de ellende. Maar de tegenwoordigheid van een Christen in de stad kon niet langer worden geduld, de Fullanahs dreigden haar te belegeren. De doctor verliet haar dus den 17den Maart 1854, vluchtte naar de grenzen, [17]waar hij drie-en-dertig dagen bleef, van alles ontbloot, kwam in November te Kano terug—en ging weder naar Kouka, vanwaar hij, na vier maanden oponthoud, den weg naar Denham weder insloeg; hij zag Tripoli weder tegen het einde van Augustus 1855 en kwam den 6den September te Londen terug, alleen overgebleven van zijne makkers. Dit was de stoutmoedige reis van Barth.

Doctor Ferguson teekende zorgvuldig op, dat hij tot op 4° noorderbreedte en 17° westerlengte was gekomen.

Zien wij nu, wat de luitenants Burton en Speke in Oost-Afrika deden.

Kaart van Afrika met afbeeldingen van ondekkingsreizigers.

De verschillende expeditiën, die den Nijl opzeilden, konden nooit aan de geheimzinnige bronnen van die rivier komen. Volgens het verhaal van den duitschen geneesheer Ferdinand Werne, ging de reis, beproefd in 1840, onder bescherming van Mehemed-Ali, niet verder dan Gondokoro, tusschen de 4° en 5° noorder-parallel.

In 1855 vertrok Brun-Rollet, die tot consul van Sardinië in oostelijk Soedan benoemd was, in plaats van Vaudey, die ter dood was gebracht, van Karthoum en kwam, onder den naam van Yakoub, handelaar in gom en ivoor, te Belenia, beneden den 4den graad en keerde ziek naar Karthoum terug, waar hij in 1857 stierf.

Noch doctor Peney, chef van den geneeskundigen dienst in Egypte, die op een kleine stoomboot een graad zuidelijker kwam dan Gondokoro en van uitputting te Karthoum stierf—noch de Venetiaan Miani, die, de watervallen ten zuiden van Gondokoro gelegen omtrekkende, [18]de tweede parallel bereikte—noch de Maltezer koopman Andrea Debono, die zijn uitstap naar den Nijl nog verder voortzette, konden de onoverschrijdelijke grens overkomen.

In 1859 begaf Guillaume Lejean, door het fransche gouvernement met eene zending belast, zich naar Karthoum, langs de Roode Zee, scheepte zich op den Nijl in met een-en-twintig man equipage en twintig soldaten, maar hij kon niet verder komen dan Gondokoro en liep de grootste gevaren te midden der negers, die in vollen opstand waren. De tocht onder het bestuur van d’Escayrac de Lauture beproefde eveneens aan de befaamde bronnen te komen.

Maar die noodlottige eindpaal hield altijd de reizigers terug; de afgezondenen van Nero hadden eertijds den 9den graad noorderbreedte bereikt; men vorderde dus in achttien eeuwen slechts 5 of 6 graden, dat is 300 à 360 geographische mijlen.

Verscheidene reizigers beproefden de bronnen van den Nijl te bereiken, door van een punt op de Oostkust van Afrika te vertrekken.

Van 1768 tot 1772 vertrok de Schot Bruce van Masuah, eene haven van Abyssinië, doorreisde Tigré, bezocht de puinhoopen van Axum, zag de bronnen van den Nijl, waar zij niet waren en verkreeg geen enkel belangrijk resultaat.

In 1844 stichtte doctor Krapf, een anglikaansch zendeling, eene nederzetting te Monbaz op de kust van Zanguebar en ontdekte, in gezelschap van den eerwaarden Rebmann, twee bergen op driehonderd mijlen afstands van de kust; het zijn de bergen Kilimandjaro en Kenia, die de heeren de Heuglin en Thornton gedeeltelijk hebben beklommen.

In 1845 ontscheepte de Franschman Maizan alleen te Bagamayo, tegenover Zanzibar en kwam te Deje-la-Mhora, waar het opperhoofd hem onder de wreedste martelingen deed sterven.

In 1859, in Augustus, bereikte de jonge reiziger Roscher van Hamburg, met eene karavaan arabische kooplieden vertrokken, het meer Nyassa, waar hij in den slaap werd vermoord.

Eindelijk werden in 1857 de luitenants Burton en Speke, beiden officieren in het leger van Bengalen, door het Aardrijkskundig genootschap van Londen gezonden, om de groote afrikaansche meren te onderzoeken; den 17den Juni verlieten zij Zanzibar en richtten zich westwaarts.

Na vier maanden ongehoord lijden, nadat hunne bagage geplunderd en hunne dragers gedood waren, kwamen zij te Kazeh, middelpunt van vereeniging der handelaars en karavanen; zij waren midden in het Maanland; daar verzamelden zij kostbare documenten over de zeden, regeering, godsdienst en plantengroei van het land; vervolgens richtten zij hun weg naar het eerste der groote meren, het meer Tanganayika, gelegen tusschen 3° en 8° [19]zuiderbreedte; zij kwamen er den 14den Februari 1858 aan en bezochten de verschillende volksstammen aan de oevers, voor het grootste deel menscheneters.

Zij vertrokken den 26sten Mei en kwamen den 20sten Juni te Kazeh terug. Daar bleef Burton, uitgeput, verscheidene maanden ziek; gedurende dien tijd deed Speke een tocht naar het noorden van meer dan 300 mijlen ver, tot aan het meer Oukéréoué, dat hij den 3den Augustus zag, maar hij kon er slechts het begin van zien op 2° 30′ breedte.

Hij was den 25sten Augustus te Kazeh terug en hernam met Burton den weg naar Zanzibar, dat zij in Maart van het volgende jaar wederzagen. Deze twee onverschrokken reizigers kwamen toen in Engeland terug, en het Aardrijkskundige genootschap te Parijs kende hun zijn jaarlijkschen prijs toe.

Doctor Ferguson merkte zorgvuldig op, dat zij noch den 2den graad zuiderbreedte noch den 29sten graad oosterlengte hadden overschreden.

Hij moest dus de onderzoekingen van Burton en Speke verbinden met die van doctor Barth; dat is, hij moest eene uitgestrektheid lands van meer dan twaalf graden doorkruisen.


1 Men rekent hier van den meridiaan van Greenwich.

[Inhoud]

V.

Droomen van Kennedy.—Lidwoorden en voornaamwoorden in het meervoud.—Vleierijen van Dick.—Wandeling over de kaart van Afrika.—Wat er tusschen de twee punten van den passer blijft.—Hedendaagsche tochten.—Speke en Grant.—Krapf, de Decken, de Heuglin.

Doctor Ferguson verhaastte zeer de toebereidselen tot zijn vertrek; hij bestuurde zelf het vervaardigen van zijn luchtballon, volgens zekere wijzigingen, waarover hij het stilzwijgen bewaarde.

Reeds sedert lang had hij zich op het Arabisch en verschillende Mandingsche tongvallen toegelegd; dank zijn aanleg voor de kennis van vele talen maakte hij snelle vorderingen.

Onderwijl verliet zijn vriend de jager hem geen oogenblik; hij vreesde zonder twijfel dat de doctor zou opstijgen zonder iets te zeggen; hij hield daarover tot Samuel Ferguson verschillende redeneeringen, die den laatste niet overtuigden, en smeekte hem op hartroerenden toon van zijn voornemen af te zien, maar te vergeefs. Dick voelde dat hij in dit opzicht niets op hem vermocht. [20]

De arme Schot was wezenlijk te beklagen; hij beschouwde het blauwe gewelf des hemels niet meer zonder eene sombere vrees; hij droomde alle nachten, dat hij van eene onmetelijke hoogte nederviel.

Wij moeten er bijvoegen dat hij, gedurende deze verschrikkelijke droomen eens of tweemaal uit zijn bed viel. Zijne eerste zorg was, aan Ferguson eene erge kneuzing aan het hoofd te laten zien. En echter zeide hij, het was slechts drie voet hoog, niet meer, en dan zulk een buil! Deze redeneering, vol zwaarmoedigheid, bewoog den doctor niet.—“Wij zullen niet vallen.”—“Maar, als wij vallen?”—“Wij zullen niet vallen.”—Dit was klaar, en Kennedy had niets te antwoorden.

Wat Dick bijzonder verbitterde, was dat de doctor hem toescheen zijn persoon geheel te verloochenen; hij beschouwde hem, Kennedy, onherroepelijk als den man, die zijn metgezel op de luchtreis zou worden. Dit was aan geen twijfel onderhevig. Samuel maakte een onverdraaglijk misbruik van het meervoudige voornaamwoord van den eersten persoon.

“Wij vorderen.... wij zullen gereed zijn den.... wij zullen vertrekken den ....”

Onze ballon.... ons schuitje.... ons onderzoek.

Onze toebereidselen.... onze ontdekkingen.... onze opstijging.”

Dick huiverde er van, hoewel besloten om niet te vertrekken; maar hij wilde zijn vriend niet te zeer tegenstreven. Laat ons zelfs bekennen, dat hij in stilte eenige uitgezochte kleederen en zijne beste jachtgeweren van Edinburg had laten komen.

Eens, nadat hij erkend had, dat men met een ongehoord geluk eene kans op duizend had om goed te slagen, veinsde hij aan de wenschen van den doctor toe te geven; maar, om de reis uit te stellen, zocht hij de meest verschillende uitvluchten. Hij sprak over het nut en de goede gelegenheid van den tocht.... Was die ontdekking van de bronnen van den Nijl wezenlijk noodzakelijk?.... Zou men werkelijk voor het heil der menschheid gearbeid hebben?.... Als, per slot van rekening, de volksstammen van Afrika beschaafd waren, zouden zij daarom gelukkiger zijn?.... Was men, overigens, zeker dat de beschaving niet eerder daar was dan in Europa?—“Misschien”—“En kon men nog niet wachten?.... Het doortrekken van Afrika zou zeker eens plaats hebben, maar op eene minder gewaagde manier.... Binnen eene maand, zes maanden, voor het einde van een jaar zou er zonder twijfel wel een of andere onderzoeker komen.”

Dit alles bracht juist het tegenovergestelde te weeg van wat hij zich daarmede had voorgesteld en de doctor sidderde van ongeduld.

Dick raadpleegt de kaart. Blz. 22.

Dick raadpleegt de kaart. Blz. 22.

“Wilt gij dan, ongelukkige Dick, wilt gij dan, valsche vriend, [21]dat een ander van dezen roem voordeel trekt? Moet ik dan mijn verleden schande aandoen? moet ik voor hinderpalen terugdeizen, die inderdaad niets beteekenen? moet ik door eene lage aarzeling [22]beloonen wat het engelsche gouvernement en het Koninklijk genootschap van Londen voor mij hebben gedaan?”

“Maar....” antwoordde Kennedy.

“Maar,” zeide de doctor, “weet gij niet, dat mijne reis moet medewerken tot den goeden uitslag der tegenwoordige ondernemingen? Wilt gij dan niet dat nieuwe onderzoekers Afrika binnentrekken?”

“Echter.... Hoor mij wel aan, Dick, en sla de oogen op deze kaart.”—Dick deed het gelaten.—“Trek den Nijl langs,” zeide Ferguson.—“Ik doe het,” antwoordde Kennedy gedwee.—“Kom te Gondokoro aan.”—“Ik ben er.” En Kennedy dacht er aan hoe gemakkelijk zulk eene reis.... op de kaart was.—“Neem een der punten van dezen passer,” hernam de doctor, “en plaats die op die stad, welke de stoutmoedigsten nauwelijks hebben durven voorbijtrekken.”—“Het is gedaan.”—“En zoek nu op de kust het eiland Zanzibar, op 6° zuiderbreedte.”—“ik ben er.”—Volg nu deze parallel en kom te Kazeh.”—“Ik ben er.”—“Klim op 33° lengte op tot aan de opening van het meer Oukéréoué, de plaats waar de luitenant Speke stilhield.”—“Ik ben er! Een weinig verder zou ik in het meer gevallen zijn!”—“Welnu! weet gij wat men het recht heeft te onderstellen, na de berichten door de volksstammen aan den oever van dat meer gegeven?”—“Neen.”—“Dat dit meer, welks onderste uiteinde op 2° 30 breedte ligt, zich twee en een halven graad benoorden den evenaar moet uitstrekken.”—“Waarlijk!”—“En van dit noordelijke uiteinde ontspringt een stroom water, die noodzakelijk zich met den Nijl moet vereenigen, zoo hij de Nijl zelf niet is.”—“Dat is merkwaardig.”—“Zet nu de tweede punt van uw passer op dit uiteinde van het meer Oukéréoué.”—“Het is gedaan, vriend Ferguson.”—“Hoeveel graden telt gij tusschen de twee punten?”—“Nauwelijks twee.”—weet gij, hoeveel afstand dit is, Dick?”“Neen.”—“Nauwelijks 120 mijlen, dat is, niets.”—“Bijna niets, Samuel.”—“Weet gij, wat op dit oogenblik gebeurt?”—“Neen.”

“Welnu! zie hier. Het Aardrijkskundig genootschap heeft het onderzoek van het meer, dat door Speke gezien is, als zeer belangrijk beschouwd. Met haar medeweten heeft de luitenant, nu kapitein Speke, zich kapitein Grant van het Indische leger tot metgezel gekozen; zij hebben zich aan het hoofd eener groote en goed ondersteunde expeditie gesteld; hun is opgedragen langs het meer te gaan en te Gondokoro terug te komen; zij hebben eene toelage van meer dan 5000 pond ontvangen, en de gouverneur van de Kaap heeft hottentotsche soldaten tot hunne beschikking gesteld; zij zijn in het laatst van October 1860 van Zanzibar vertrokken. Gedurende dien tijd heeft de Engelschman John Petherick, consul van Hare Majesteit te Karthoum, ongeveer 700 pond ontvangen; hij moet te Karthoum eene stoomboot uitrusten, haar van voldoende levensmiddelen [23]voorzien en zich naar Gondokoro begeven; daar zal hij de karavaan van kapitein Speke afwachten en de noodige maatregelen nemen om hem van nieuwen leeftocht te voorzien.”

“Goed bedacht,” zeide Kennedy.

“Gij ziet wel, dat er geen tijd te verliezen is als wij aan dat onderzoek willen deelnemen. En dit is niet alles; terwijl men met zekeren tred de ontdekking van de bronnen van den Nijl te gemoet gaat, begeven andere reizigers zich moedig in de binnenlanden van Afrika.”

“Te voet,” zeide Kennedy.

“Ja,” antwoordde de doctor, “Doctor Krapf stelt zich voor naar het Westen te gaan langs de Djob, eene rivier die onder den evenaar ligt. De baron Decken heeft Monbaz verlaten, de bergen Kenia en Kilimandjaro verkend en gaat naar de binnenlanden.”—“Altijd te voet?”—“Ja, of op muilezels.”—“Dat is voor mij precies hetzelfde,” zeide Kennedy.—“Eindelijk,” hernam de doctor, “heeft De Heuglin, onder-consul van Oostenrijk te Karthoum, eene belangrijke expeditie uitgerust, wier eerste doel is den reiziger Vogel te zoeken, die in 1853 naar Soedan werd gezonden, om deel te nemen aan den tocht van doctor Barth. In 1856 verliet hij Bornou en besloot dit onbekende land, dat tusschen het meer Tchad en Darfour ligt, te onderzoeken. Maar sedert dien tijd heeft men niets van hem gehoord. Brieven in Juni 1860 te Alexandrië aangekomen, melden, dat hij op bevel van den Koning van Wadaï vermoord is, andere daarentegen, door doctor Hartmann aan den vader des reizigers geadresseerd, zeggen, volgens het verhaal van een fellatah van Bornou, dat Vogel te Wara gevangen wordt gehouden; alle hoop is dus niet verloren. Een comité heeft zich gevormd onder het voorzitterschap van den regeerenden hertog van Saxen-Koburg-Gotha; mijn vriend Petermann is daarvan secretaris; eene nationale inschrijving heeft de kosten der expeditie gedekt, waarbij zich vele geleerden hebben gevoegd; De Heuglin is in Juni van Masuah vertrokken en terzelfder tijd, dat hij de sporen van Vogel zoekt, moet hij het geheele land tusschen den Nijl en het meer Tchad onderzoeken, dat is, de werkzaamheden van kapitein Speke verbinden met die van doctor Barth. En dan zal men Afrika van het Oosten naar het Westen zijn doorgetrokken.”1

“Welnu!” hernam de Schot, “dewijl dit alles zoo goed sluit, wat zullen wij dan daar gaan doen?” [24]

Doctor Ferguson antwoordde niet en vergenoegde zich de schouders op te halen.


1 Sedert het vertrek van doctor Ferguson heeft men vernomen, dat de Heuglin, ten gevolge van eenige beraadslaging, een weg heeft ingeslagen, tegenovergesteld van dien, welke zijne expeditie was aangewezen, wier bestuur aan Munzinger is toevertrouwd.

[Inhoud]

VI.

Een ongewoon bediende.—Hij ziet de wachters van Jupiter.—Dick en Joe twisten.—De twijfel en het geloof.—De weging.—Joe-Wellington.—Hij ontvangt eene halve kroon.

Doctor Ferguson had een bediende, met name Joe, een uitmuntend man, die aan zijn meester een onbepaald vertrouwen en eene stipte dienstvaardigheid had toegezegd, daar hij zelfs zijne bevelen voorkwam en altijd op eene vernuftige wijze uitlegde; hij was altijd in een goed humeur. Ferguson liet al wat zijn onderhoud betrof, op hem aankomen, en met reden. Zeldzame en eerlijke Joe! Een knecht, die uw diner bestelt en wiens smaak de uwe is, die uw reiskoffer pakt en noch kousen noch hemden vergeet, die uwe sleutels en uwe geheimen bezit, en daarvan geen misbruik maakt.

Maar wat ook was de doctor voor dien waardigen Joe? met welken eerbied en welk vertrouwen ontving hij zijne beslissingen! Als Ferguson gesproken had, was het een gek, die zou willen antwoorden. Al wat hij dacht was juist, al wat hij zeide verstandig, al wat hij beval doenlijk, al wat hij ondernam mogelijk en al wat hij voltooide bewonderenswaardig. Al hadt gij Joe in stukken gehouwen, dat u zeker niet zou hebben aangestaan, hij zou omtrent zijn meester niet van gevoelen veranderd zijn.

Toen de doctor het voornemen koesterde om Afrika in een ballon door te reizen, was het voor Joe eene gedane zaak; er bestonden geene hinderpalen meer; van het oogenblik af aan, dat doctor Ferguson besloten had te vertrekken, was hij ook aangekomen—met zijn getrouwen dienaar, want die brave jongen wist wel dat hij mede zou gaan, hoewel daarover nog niet was gesproken.

Hij moest overigens belangrijke diensten bewijzen door zijn vernuft en zijne groote vlugheid. Als men een professor in de gymnastiek voor de apen in den dierentuin, die toch zeer slim zijn, had moeten benoemen, zoude Joe zeker die betrekking hebben gekregen. Springen, klouteren, vliegen, duizend verwonderlijke toeren uitvoeren, was voor hem slechts een spel.

Joe. Blz. 24.

Joe. Blz. 24.

Als Ferguson het hoofd en Kennedy de arm was, moest Joe de [25]hand zijn. Hij had zijn meester reeds op verscheidene reizen vergezeld en bezat eenige wetenschap op zijne wijze, maar hij onderscheidde zich voornamelijk daardoor, dat hij alles van de beste [26]zijde beschouwde; hij vond alles gemakkelijk, logisch, natuurlijk, en bij gevolg kende hij de behoefte niet om zich te beklagen en te morren.

Onder andere hoedanigheden bezat hij een verbazend sterk gezicht; hij deelde met Moestlin, den professor van Kepler, de zeldzame bekwaamheid om zonder verrekijker de wachters van Jupiter te zien en in de groep der Plejaden 14 sterren te tellen, waarvan de laatsten van de negende grootte zijn. Hij was daarom niet trotscher, integendeel, hij groette u reeds van verre en, als het noodig was, wist hij zich voortreffelijk van zijne oogen te bedienen.

Met dit vertrouwen, dat Joe in den doctor stelde, moet men zich dus niet verwonderen over de onophoudelijke woordenwisselingen tusschen Kennedy en den waardigen bediende, terwijl ze overigens op een behoorlijken afstand van elkander bleven.

De een twijfelde, de ander geloofde; de een had eene groote voorzichtigheid, de ander een blind vertrouwen; de doctor bevond zich tusschen twijfel en vertrouwen in, dat wil zeggen, dat hij zich om geen van beiden bekommerde.—“Welnu, mijnheer Kennedy?” zeide Joe.—“Welnu! mijn jongen?”—“Het oogenblik nadert. Het schijnt, dat wij ons naar de maan inschepen.”—“Gij wilt zeggen naar het Maanland, dat niet zoover ligt; maar wees tevreden, het is even gevaarlijk.”—“Gevaarlijk! met een man als doctor Ferguson!”—“Ik wil u uwe begoochelingen niet ontnemen, brave Joe, maar wat hij daar gaat ondernemen is kort en goed het werk van een zinnelooze; hij zal niet vertrekken.”—“Zal hij niet vertrekken? Gij hebt dan zijn ballon niet gezien in de werkplaats van de heeren Mitchell in Bourough1.”—“Ik zal er mij wel voor wachten, dien te gaan zien.”—“Gij verliest daar een fraai schouwspel, mijnheer! Welk een fraai voorwerp! Wat eene fraaie snede! Welk een lief schuitje! Wat zullen wij daarin op ons gemak zijn!”—“Gij denkt er dus ernstig aan uw meester te vergezellen?”

“Ja,” antwoordde Joe met overtuiging, “ik zal hem vergezellen waar hij wil! Dat zou er nog aan ontbreken, om hem alleen te laten, als wij reeds samen de geheele wereld hebben rondgereisd! Wie zou hem ondersteunen als hij vermoeid was? Wie zou hem eene krachtige hand bieden om een afgrond over te springen? Wie zou hem oppassen als hij ziek werd? Neen, mijnheer Dick, Joe zal altoos op zijn post zijn bij doctor Ferguson.”

“Brave jongen.”—“Overigens, gij gaat met ons,” hernam Joe.—“Zonder twijfel,” zeide Kennedy! “dat is te zeggen, ik vergezel u, om Samuel tot op het laatste oogenblik te verhinderen eene dergelijke dwaasheid te doen! Ik zal hem zelfs tot aan Zanzibar volgen, [27]opdat daar nog een vriendenhand hem van zijn onzinnig plan terug moge houden.”

“Gij zult niets tegenhouden, mijnheer Kennedy, met uw verlof. Mijn meester is niet gek; hij overdenkt lang wat hij wil ondernemen, en als zijn besluit genomen is, kan de duivel zelfs hem niet daarvan afbrengen.”

“Dat zullen wij zien.”

“Vlei u niet met die hoop. Het is van het grootste belang, dat gij meegaat. Voor een jager als gij, is Afrika een heerlijk land. Aldus zult gij op geenerlei wijs berouw hebben van uwe reis.

“Neen, zeker niet, ik zal er geen berouw van hebben, vooral als die stalen kop eindelijk voor de bewijzen zwicht.”

“A propos,” zeide Joe, “gij weet, dat van daag de weging plaats heeft.”—“De weging?”—“Zonder twijfel. Mijn meester, gij en ik, wij gaan ons laten wegen.”—“Even als Jockeys.”—“Precies. Maar wees gerust, men zal u niet mager maken, als gij te zwaar zijt. Men zal u nemen zooals gij zijt.”—“Ik zal me niet laten wegen,” zeide de Schot met vastheid.—“Maar, mijnheer, het schijnt dat het noodig is voor zijn toestel.”—“Welnu! zijn toestel zal het zonder dit wel klaren.”—“Zoo! zoo! En als wij nu eens uit gebrek aan nauwkeurige berekeningen, niet konden opstijgen?”—“Ik verlang niets anders!”—“Laat ons zien, mijnheer Kennedy, mijn meester zal ons terstond komen halen.”—“Ik zal niet gaan”—“Gij zult hem dit verdriet niet willen doen.”—“Ik zal wel.”—“Goed,” zeide Joe lachende. “Gij spreekt zoo, omdat hij niet hier is, maar als hij in uw gezicht zal zeggen: ‘Dick (met u verlof) Dick, ik moet nauwkeurig uw gewicht kennen, dan zult gij gaan, daarvoor sta ik borg.’”—“Ik zal niet gaan.”

Op hetzelfde oogenblik kwam de doctor in zijne studeerkamer, waar dit gesprek werd gehouden; hij zag Kennedy aan, die zich niet op zijn gemak gevoelde.

“Dick,” zeide de doctor, “ga met Joe; ik moet weten hoe zwaar gij beiden weegt.”—“Maar....”“gij kunt uw hoed ophouden. Kom.” En Dick ging.

Alle drie begaven zich naar de werkplaats van de heeren Mitchell, waar een der zoogenaamde romeinsche weegschalen gereed gemaakt was. De doctor moest werkelijk het gewicht van zijne metgezellen kennen voor het evenwicht van zijn ballon. Hij liet dus Dick op de schaal gaan en deze, zonder weerstand te bieden, zeide zacht: “Ook goed, dit verbindt nog tot niets.”—“Honderd drie-en-vijftig pond,” zeide de doctor, het getal in zijn zakboekje opteekenende.—“Ben ik te zwaar?”—“Neen, mijnheer Kennedy,” antwoordde Joe; “overigens, ik ben licht, dat weegt tegen elkaar op.”

Dit zeggende, nam Joe spoedig de plaats van den jager in; in zijne drift wierp hij de ballans bijna omver; hij stelde zich in de [28]houding van Wellington in Hyde Park.—Honderd-twintig pond, schreef de doctor.—“Hè! hè!” zeide Joe met een glimlach van voldoening. Waarom glimlachte hij? Hij zou dit nooit kunnen zeggen.—“Op mijne beurt,” zeide Ferguson, en hij schreef honderd-vijf-en-dertig pond voor zijn gewicht. “Met ons allen,” zeide hij, “wegen wij niet meer dan vierhonderd pond.”

Hij stelde zich in de houding van Wellington in Hyde Park.

“Maar, meester,” antwoordde Joe, “als het voor uw tocht noodig was, kon ik mij wel een weinig doen vermageren, door niet te eten.”—“Dat hoeft niet, mijn jongen,” zeide de doctor; “gij kunt naar hartelust eten, en ziedaar een halve kroon om u naar willekeur te verzwaren.”


1 Zuidelijke voorstad van Londen.

[Inhoud]

VII

Wiskundige bijzonderheden.—Berekening van den inhoud des ballons.—De dubbele ballon.—Het omkleedsel.—Het schuitje.—De geheimzinnige toestel.—De levensmiddelen.—De optelling.

Doctor Ferguson was lang bezig geweest met de bijzonderheden zijner expeditie. Men begrijpt dat de ballon, dit wonderbaarlijke voertuig, bestemd om hen door de lucht te voeren, het voorwerp van bestendige zorg voor hem was.

Eerst, om den ballon niet te groot te maken, besloot hij hem te [29]vullen met waterstofgas, dat veertien-en-een half maal lichter is dan de lucht. Dit gas wordt gemakkelijk verkregen en heeft de beste uitkomsten opgeleverd in de ondervinding met luchtreizen opgedaan.

Na nauwkeurige berekeningen vond de doctor, dat zij voor de voor zijne reis onmisbare voorwerpen en zijn toestel een gewicht van 4000 pond moest opheffen; hij moest dus de kracht van opstijging berekenen van een ballon, die dit gewicht kan dragen en bij gevolg ook zijn inhoud.

Een gewicht van 4000 pond wordt voorgesteld door een verplaatsing van lucht van 44847 kub. voet1, dat wil zeggen, 44847 kub. voet lucht wegen 4000 pond.

Als hij aan den ballon deze ruimte geeft door hem, in plaats van met lucht, met waterstofgas te vullen, dat veertien en een halfmaal lichter zijnde, slechts 276 pond weegt, ontbreekt er iets aan het evenwicht, ongeveer 3784 pond, dat is het verschil tusschen het gewicht van het gas in den ballon en dat der omringende lucht, die de opstijgende kracht van den luchtballon uitmaakt.

Als men echter de 44847 kub. voet gas, waarvan wij spreken, in den ballon deden, zou hij geheel vol zijn; maar dat moet zoo niet wezen, want naarmate de ballon in de minder dichte luchtlagen stijgt, poogt het gas, dat hij bevat, zich uit te zetten en zou het omkleedsel weldra doen barsten. Men vult de ballons dus gewoonlijk slechts voor twee-derde gedeelten.

Maar de doctor besloot, ten gevolge van zeker plan, dat hem alleen bekend was, zijn ballon slechts ten halve te vullen en, dewijl hij 44847 kub. voet waterstofgas moest medenemen, zijn ballon een bijna tweemaal grooteren inhoud te geven.

Hij liet hem maken in die langwerpige gedaante, die men weet dat de voorkeur verdient; de horizontale middellijn was 50 voet en de verticale 75 voet2; hij kreeg dus een spheroïde3, wier inhoud in ronde getallen 90000 kub. voet beliep.

Als doctor Ferguson twee ballons had kunnen gebruiken, zouden zijne kansen van goeden uitslag toegenomen zijn; inderdaad, als de eene in de lucht breekt, kan men zich, door ballast uit te werpen, door den anderen staande houden. Maar de besturing van twee luchtballons wordt zeer moeielijk als zij eene gelijke klimming moeten behouden.

Na lang nagedacht te hebben, vereenigde Ferguson door eene vernuftige schikking de voordeelen van twee ballons zonder de ongemakken [30]er van te hebben. Hij maakte er twee van ongelijke grootte en sloot ze in elkander. Zijn uitwendige ballon, die de bovengemelde afmetingen had, bevatte een kleineren, wiens horizontale middellijn slechts 45 voet en de verticale 68 voet bedroeg. De inhoud van den inwendigen ballon was slechts 67,000 kub. voet; hij moest zwemmen in de vloeistof die hem omringen zou; eene klep opende zich van den eenen ballon tot den anderen en kon hen, des gevorderd, met elkander in gemeenschap brengen.

Deze schikking had dit voordeel dat, als men een ruimen uitweg aan het gas moest geven om te dalen en men eerst dat van den grooten ballon zou laten ontsnappen, al moest men dien geheel ledigen, de kleine onaangeroerd zou blijven; men kon hem dus van zijn uitwendig bekleedsel als van een onnoodig gewicht ontdoen, en de tweede luchtballon alleen gaf aan den wind niet zooveel vat als de half gevulde ballons.

Wat meer is, in het geval van een ongeluk, eene scheur in den buitensten ballon, was de andere in goeden staat.

De twee luchtballons werden vervaardigd van gekeperd Lyonsch taf, met gutta-percha overdekt. Deze soort van gomhars is volstrekt ondoordringbaar, en wordt door zuren noch gas verteerd. Het taf werd aan het boveneinde van den ballon, dat bijna alle kracht torscht; dubbel gelegd.

Dit omkleedsel kan de vloeistof voor onbepaalden tijd in zich bevatten. Het woog op elke negen vierk. voet een half pond. Daar nu de oppervlakte van den buitensten ballon ongeveer 11,600 vierk. voet was, woog zijn omkleedsel 650 pond. Het omkleedsel van den tweeden ballon, dat 9,200 vierk. voet oppervlakte had, woog slechts 510 pond, alles te zamen 1160 pond.

Het touw, bestemd om het schuitje te dragen, was stevig van hennep gemaakt; de twee kleppen werden het voorwerp van nauwkeurige zorgen, even als het roer van een schip.

Het schuitje, van een ronden vorm en 15 voet middellijn, was gemaakt van twijgen, versterkt door een licht bekleedsel van ijzer en van binnen bekleed met veeren, die bestemd waren om de schokken minder te doen gevoelen. Zijn gewicht en dat van het touw bedroeg niet meer dan 280 pond.

Daarenboven liet de doctor vier kisten van ijzeren platen maken, twee strepen dik; zij waren met elkander verbonden door pijpen van kranen voorzien; hij voegde er eene slang bij van ongeveer twee duim middellijn, die in twee ongelijke takken eindigde, waarvan de grootste 25 en de kortste slechts 15 voet hoog was.

De kisten van plaatijzer werden zoodanig in het schuitje geplaatst, dat zij de minst mogelijke ruimte innamen; de slang, die slechts later moest worden aangehecht, werd afzonderlijk ingepakt, gelijk ook eene zeer sterke electrische batterij van Bunsen. Deze toestel was [31]zoo vernuftig gecombineerd, dat hij niet meer dan 700 pond woog, daaronder begrepen 25 gallons4 water in eene afzonderlijke kist.

De instrumenten, bestemd voor de reis, bestonden in twee barometers, twee thermometers, twee kompassen, een sectant, twee chronometers, een kunstmatigen horizont en een altazimuth, om de ver verwijderde en ontoegankelijke voorwerpen op te nemen. Het observatorium van Greenwich had zich ter beschikking van den doctor gesteld. Deze stelde zich evenwel niet voor natuurkundige proeven te doen, hij wilde alleen zijne richting kennen en de ligging der voornaamste rivieren, bergen en steden bepalen.

Hij voorzag zich van drie goed beproefde ijzeren ankers, benevens van een lichten zijden ladder, ongeveer 50 voet lang.

Hij berekende ook het nauwkeurige gewicht zijner levensmiddelen, welke bestonden uit thee, koffie, beschuiten, gezouten vleesch en pemmican, eene soort spijs, die, in eene kleine hoeveelheid veel voedingsdeelen bevat. Behalve eene voldoende hoeveelheid brandewijn, plaatste hij twee waterbakken in het schuitje, die ieder 22 gallons5 bevatten.

Het verbruiken dezer verschillende spijzen moest langzamerhand het gewicht verminderen, dat de luchtballon moest dragen. Want men moet weten, dat het evenwicht van een ballon in de lucht uiterst gevoelig is. Het verlies van een bijna onmerkbaar gewicht is voldoende om eene zeer goed merkbare verplaatsing ten gevolge te hebben.

De doctor vergat noch eene tent, die een gedeelte van het schuitje moest bedekken, noch de dekens, die den geheelen bed-toestel voor de reis uitmaakten, noch de geweren van den jager, noch zijn voorraad kruit en kogels.

Zie hier een kort begrip zijner verschillende berekeningen:

Ferguson 135 pond.
Kennedy 153 pond.
Joe 120 pond.
Eerste ballon 650 pond.
Tweede ballon 510 pond.
Schuitje en touw 280 pond.
Ankers, instrumenten, geweren, dekens, tent, verschillende gereedschappen 190 pond.
Vleesch, pemmican, beschuiten, thee, koffie, brandewijn 386 pond.
Water 400 pond.
Toestel 700 pond.
Gewicht van het waterstofgas 276 pond.
Ballast 200 pond.
———
Totaal 4000 pond.

[32]

Zoodanig was de verdeeling der 4000 pond, die doctor Ferguson zich voorstelde mede te doen opstijgen; hij nam slechts 200 pond ballast mede, “voor onvoorziene toevallen,” zeide hij, want hij rekende er vast op er geen gebruik van te zullen maken, dank zij zijn toestel.


1 1661 Kub. Meter.

2 Deze afmeting heeft niets buitengewoons: in 1784 maakte Montgolfier te Lyon een luchtballon, wiens inhoud 20,000 Kub. Meter was, en een gewicht van 20,000 Kilogram kon dragen.

3 Een spheroïde is een lichaam dat op een bol gelijkt, zonder dat alle doorsneden even groot zijn.

4 111.32 Liter.

5 97.97 Liter.

[Inhoud]

VIII.

Gewicht van Joe.—De bevelhebber der Resolute.—Het tuighuis van Kennedy.—Vervoer.—Het afscheidsmaal.—Het vertrek van den 21sten Februari.—Wetenschappelijke zittingen van den doctor.—Duveyrier, Livingstone.—Bijzonderheden der luchtreis.—Kennedy tot zwijgen gebracht.

Den 10den Februari liepen de toebereidselen ten einde; de ballons in elkander besloten, waren geheel voltooid; zij hadden een sterken luchtdruk ondergaan en, daar zij dien goed hadden weerstaan, was dit een bewijs van hunne stevigheid en van de zorg aan hunne samenstelling besteed.

Joe was buiten zich zelven van vreugde; hij ging onophoudelijk van Greek Street naar de werkplaats van de heeren Mitchell, altijd bezig, maar ook altijd geneigd om de bijzonderheden te verhalen aan de lieden die hem daarom vroegen, en boven alles trotsch er op, dat hij zijn meester zou vergezellen. Ik geloof zelfs dat de waardige jongen eenige halve kroonen verdiende met het laten zien van den luchtballon, met het ontvouwen der plannen en denkbeelden van den doctor, en door het aanwijzen van dezen door een half geopend venster of bij zijn vervoer over straat; men moet hem dit niet kwalijk nemen, hij had wel het recht een weinig zijn voordeel te doen met de bewondering en de nieuwsgierigheid zijner tijdgenooten.

Den 16den Februari wierp de Resolute het anker voor Greenwich. Het was eene schroefboot van 800 ton, met goeden gang en die belast was geweest Sir James Ross op zijne laatste expeditie naar de poollanden van leeftocht te voorzien. De commandant Pennet werd voor een beminnelijk mensch gehouden, hij stelde bijzonder belang in de reis van den doctor, dien hij reeds lang hoogachtte. Deze Pennet was meer geleerde dan krijgsman, hetgeen niet verhinderde dat zijn schip vier kanonnen had, die nooit iemand eenig leed hadden gedaan en slechts dienden voor saluutschoten.

De Resolute. Blz. 32.

De Resolute. Blz. 32.

Het ruim van de Resolute werd ingericht om den luchtballon te bergen. Hij werd den 18den Februari met de grootste voorzorgen [33]daarheen gebracht, men plaatste hem onder in het schip, zoodanig dat hij tegen ieder ongeval beveiligd was. Het schuitje met toebehooren, de ankers, de touwen, de levensmiddelen, de waterkisten [34]die men bij de aankomst moest vullen, alles werd onder de oogen van Ferguson geladen.

Men scheepte ook tien tonnen zwavelzuur en tien tonnen oud ijzer in voor het maken van het waterstofgas. Deze hoeveelheid was meer dan voldoende, maar men moest bedacht zijn op mogelijke verliezen. De toestel bestemd om het gas te vormen, samengesteld uit een dertigtal vaten, werd op den grond van het ruim geplaatst.

Deze verschillende toebereidselen eindigden op den avond van den 18den Februari. Twee gemakkelijk ingerichte hutten wachtten doctor Ferguson en zijn vriend Kennedy. Deze laatste, hoewel zwerende dat hij niet zou vertrekken, begaf zich aan boord met een waar jacht-arsenaal, twee uitmuntende geweren met dubbelen loop en eene beproefde karabijn uit de fabriek van Purdey Moore en Dickson te Edinburg; met zulk een wapen kon de jager op 2000 schreden afstands het oog eener gems met een kogel doorboren; hij voegde er twee revolvers bij met zes loopen voor onvoorziene gevallen; zijn kruithoorn, zijn zak met kardoezen, zijn lood en zijn kogels in voldoende hoeveelheid, wogen niet zwaarder dan het gewicht door den doctor bepaald.

De drie reizigers begaven zich des morgens van den 19den Februari aan boord; zij werden door den kapitein en zijne officieren met de meeste onderscheiding ontvangen, de doctor echter was altijd koel, alleen denkende om zijne reis; Dick was ontroerd zonder er den schijn van te willen hebben; Joe was uitgelaten en altijd boertig; hij werd spoedig de potsenmaker van het vooronder, waar hem eene plaats was aangewezen.

Den 20sten werd door het Koninklijk Aardrijkskundig genootschap een groot afscheidsmaal gegeven aan doctor Ferguson en Kennedy. De commandant Pennet en zijne officieren namen deel aan dit maal, dat zeer vroolijk was; talrijke gezondheden werden er gedronken en Sir Francis Maris zat daaraan voor met onderdrukte ontroering, maar vol waardigheid.

Dick Kennedy deelde ruimschoots in de gelukwenschen. Na gedronken te hebben “op den onverschrokken Ferguson, den roem van Engeland,” moest men drinken “op den niet minder moedigen Kennedy, zijn stouten metgezel.”

Dick bloosde sterk, hetgeen voor zedigheid doorging: de toejuichingen verdubbelden. Dick bloosde nog sterker.

Een bode der koningin kwam bij het nagerecht, hij maakte zijne complimenten aan de twee reizigers en uitte wenschen voor het welslagen der onderneming. Dit maakte wederom toosten noodzakelijk “op hare Allergenadigste Majesteit.”

Te middernacht scheidden de gasten na een hartroerend vaarwel en hartelijk handdrukken.

De sloepen van de Resolute wachtten bij de brug van Westminster; [35]de commandant nam er plaats in met zijne officieren en passagiers en de snelle stroom van de Theems voerde hen naar Greenwich.

Ten een uur sliep iedereen aan boord.

Des anderen daags, den 21sten Februari, ten 3 uur des morgens, stak men de vuren aan, ten 5 uur lichtte men het anker en door zijne schroef voortgedreven, snelde de Resolute naar den mond van de Theems.

Wij behoeven niet te zeggen dat er alleen gesproken werd over de expeditie van doctor Ferguson. Wanneer men hem zag en hoorde, boezemde hij zulk een vertrouwen in, dat weldra niemand, uitgezonderd de Schot, den goeden uitslag zijner onderneming in twijfel trok.

Gedurende de lange ledige uren van de reis, hield de doctor een waren cursus van aardrijkskunde met de officieren. Deze jongelieden stelden een hartstochtelijk belang in de ontdekkingen, die sedert 40 jaren in Afrika waren gedaan; hij verhaalde hun de onderzoekingen van Barth, Burton, Speke en Grant, hij schilderde hun deze geheimzinnige landstreek af, die van alle kanten wetenschappelijk werd onderzocht. In het Noorden onderzocht de jonge Duveyrier de Sahara en bracht de opperhoofden der Touaregs naar Parijs. Twee expeditiën werden gereed gemaakt die, van het Noorden en van het Westen komende, elkander te Tombuctoe zouden ontmoeten. Ten Zuiden naderde de onvermoeide Livingstone altijd den evenaar, en sedert Maart 1862 trok hij, in gezelschap van Mackenzie de rivier Rovoonia op. De 19de eeuw zou zeker niet verloopen, zonder dat Afrika de sedert 6000 jaren in haar schoot verborgen geheimen zou onthuld hebben.

De belangstelling der toehoorders van Ferguson werd vooral gaande gemaakt, toen hij hun tot in de kleinste bijzonderheden de toebereidselen tot zijne reis deed kennen; zij wilden zijne berekeningen onderzoeken, zij wilden redeneeren, hetgeen doctor Ferguson vrijmoedig deed.

In het algemeen verwonderde men zich over de betrekkelijk kleine hoeveelheid levensmiddelen, die hij medenam. Eens ondervroeg een der officieren Ferguson omtrent dit punt.—“Dit verwondert u?” antwoordde Ferguson.—“Zonder twijfel.”—“Hoe lang denkt gij dan dat mijne reis wel duren zal?”—“Maanden lang.”—“Gij vergist u; als hij te lang duurde zouden wij verloren zijn, wij zouden niet aankomen. Weet dan, dat de afstand van Zanzibar tot aan de kust van den Senegal niet meer dan 3500 à 4000 mijlen is. Als men nu 240 mijlen in de twaalf uren doet, hetgeen nog niet eens de snelheid onzer spoortreinen nabij komt, en dag en nacht doorreist, zou men in zeven dagen Afrika kunnen doorreizen.”

“Maar dan zult gij niets kunnen zien, noch aardrijkskundige opmetingen doen, noch het land verkennen.” [36]

“Daarom, als ik meester ben van mijn ballon, als ik naar willekeur rijs of daal, zal ik stil houden als ik het goed vind; vooral als te sterke luchtstroomen dreigden mij mede te slepen.”

“En gij zult die ontmoeten,” zeide de commandant Pennet; “er zijn orkanen, die meer dan 240 mijlen in het uur afleggen.”

“Gij ziet het,” hernam de doctor, “met eene zoodanige snelheid zou men Afrika in twaalf uren doortrekken: men zou te Zanzibar opstaan, om te Saint-Louis naar bed te gaan.”

“Maar,” zeide een officier, “zou een ballon door eene zoo groote snelheid kunnen medegesleept worden?”—“Daarvan bestaan voorbeelden,” antwoordde Ferguson.—“En de ballon heeft wederstaan?”—“Volkomen. Het was ten tijde der kroning van Napoleon in 1804. De luchtreiziger Garnerin steeg op te Parijs ten 11 uur des avonds in een ballon met het volgende opschrift: ‘Parijs, 25 Frimaire van het jaar XIII, kroning van Keizer Napoleon door zijne Heiligheid Pius VII.’ Des anderen daags, des morgens ten 5 uur zagen de inwoners van Rome denzelfden ballon boven het Vatikaan zweven, de Romagna overtrekken en nederdalen in het meer Pracciano. Dus, mijne heeren, kan een ballon aan zulke snelheden wederstand bieden.”

“Een ballon is mogelijk, maar een mensch,” waagde Kennedy te zeggen.

“Een mensch ook, want een ballon is altijd onbeweeglijk met betrekking tot de hem omringende lucht, hij is het niet die voortgaat, het is de lucht zelve; als gij dus eene waskaars in uw schuitje aansteekt zal de vlam zelfs niet flikkeren. Een luchtreiziger, die in den ballon van Garnerin ware geweest, zou in het minst niet door deze snelheid hebben geleden. Overigens zou ik liever zulk eene snelheid niet willen ondervinden, en als ik des nachts aan den eenen of anderen boom of iets anders mij kan vasthechten zal ik het zeker doen. Wij nemen voor twee maanden levensmiddelen mede en niets zal onzen behendigen jager verhinderen ons overvloedig van wildbraad te voorzien, als wij op de aarde nederdalen.”

“Ah! mijnheer Kennedy! gij zult daar meesterstukken uitvoeren,” zeide een adelborst, den Schot met jaloersche blikken aanziende.

“Zonder te rekenen,” zeide een ander, “dat uw vermaak vergezeld zal gaan met grooten roem.”

“Mijne heeren,” antwoordde de jager... “Ik ben zeer gevoelig.... voor uwe complimenten... maar het komt mij niet toe die te ontvangen...—“Wat!” zeiden allen, “zult gij niet vertrekken.”—“Neen.”—“Zult gij doctor Ferguson niet vergezellen?”—“Niet alleen zal ik hem niet vergezellen, maar ik ben hier slechts om hem in het laatste oogenblik terug te houden.”

Alle blikken rigtten zich op den doctor. “Luistert niet naar [37]hem,” antwoordde hij bedaard. “Daarover moet gij niet met hem twisten, hij weet bij zich zelven zeer goed dat hij zal vertrekken.”—“Bij St. Patrick!” riep Kennedy uit, “zweer ik...”—“Zweer niets, vriend Dick; gij zijt gewogen met uw kruit, uwe geweren en kogels, laat ons er dus niet meer over spreken.”

Gedurende de reis, hield de doctor een cursus van aardrijkskunde met de officieren.

En inderdaad, sedert dien dag tot aan de aankomst te Zanzibar, opende Dick den mond niet weder, hij sprak niet meer over deze zaak dan over iets anders. Hij zweeg. [38]

[Inhoud]

IX.

Men zeilt de Kaap om.—De potsenmaker voorin.—Cursus van wereldbeschrijving door Professor Joe.—Over de richting der ballons.—Over het zoeken der luchtstroomen.—Εὕρηκα.1

De Resolute naderde snel de Kaap de Goede Hoop, het weder bleef voortdurend schoon, hoewel de zee onstuimiger werd.

Den 30sten Maart, zeven-en-twintig dagen na het vertrek van Londen kwam de Tafelberg aan den horizon in het gezicht; de Kaapstad, aan den voet van een amphitheater van heuvels gelegen, werd zichtbaar door een verrekijker, en weldra wierp de Resolute het anker in de haven. Maar de commandant hield er zich slechts op om kolen in te nemen; dit duurde slechts één dag, den volgenden dag richtte zich het schip zuidwaarts om de zuidpunt van Afrika om te stevenen en in het kanaal van Mozambique te komen.

Het was de eerste zeereis niet van Joe; weldra was hij te huis aan boord. Iedereen hield veel van hem om zijne openhartigheid en zijn goed humeur. Een groot gedeelte van den roem van zijn meester viel op hem terug. Men hoorde hem als een godspraak en hij bedroog zich niet meer dan een ander.

Maar terwijl de doctor zijne beschrijvingen voor de officieren voortzette, zetelde Joe in den bak en behandelde de geschiedenis op zijne manier, eene handelwijze die overigens door de grootste geschiedschrijvers van alle tijden gevolgd is.

Er was natuurlijk sprake van de luchtreis. Joe had moeite de tegensprekers van de echtheid der onderneming te overtuigen, maar toen het hem eenmaal gelukt was, kende de verbeelding der matrozen, door het verhaal van Joe opgewekt, niets onmogelijks meer.

De schitterende verteller overtuigde zijne toehoorders dat men na die reis vele andere zoude maken en dat het slechts het begin was van eene reeks bovenmenschelijke ondernemingen.

“Ziet gij, mijne vrienden, als men eens van deze soort van plaatsverandering ondervinding heeft gehad, kan men er niet meer buiten, daarom zullen wij ook bij onze volgende expeditie, in plaats van ter zijde af te wijken, altijd rechtuit gaan, steeds klimmende.”—“Mooi! dus naar de maan,” zeide een hoorder in verbazing.—“Naar de maan!” antwoordde Joe, “neen, dat is te algemeen! iedereen gaat naar de maan. En daar is geen water, en men is verplicht eene ontzettend groote menigte mondbehoeften mede te nemen en zelfs lucht in fleschjes, als men ten minste wil ademhalen.”

“Goed! vindt men er jenever?” zeide een matroos, die een groote [39]minnaar van dezen drank was.—“Ook niet, mijn beste vriend. Neen! geen maan, maar wij zullen op die mooie sterren wandelen, op die bekoorlijke planeten, waarvan mijn meester mij zoo dikwijls heeft gesproken. Wij zullen dus beginnen met Saturnus te bezoeken.”—“Die een ring heeft?” vroeg de kwartiermeester.—“Ja! een huwelijksring. Maar men weet niet wat er van zijn vrouw is geworden.”—“Hoe! gij zoudt zoo hoog stijgen?” zeide een scheepsjongen verbaasd. “Uw meester is dus de duivel?”—“Daar is hij te goed voor.”—“Maar na Saturnus?” vroeg een der ongeduldigste toehoorders.—“Na Saturnus? Welnu, dan zullen wij Jupiter bezoeken; dat is een raar land, waar de dagen slechts 9½ uur duren, hetgeen gemakkelijk is voor de luiaards, en waar de jaren, bij voorbeeld, zoo lang duren als twaalf van onze jaren, hetgeen voordeelig is voor de lieden, die niet meer dan zes maanden te leven hebben. Dit verlengt een weinig hun leven.”—“Twaalf jaren?” vroeg de scheepsjongen.—“Ja, mannetje lief, dus zoudt gij in die landstreek nog zuigen, en die oude daar ginds, die naar de vijftig loopt, zou een jongen zijn van vier en een half jaar.”—“Dat is niet te gelooven!” riep de geheele bak eenstemmig uit.—“Het is toch de zuivere waarheid,” zeide Joe op vasten toon. “Maar als men voortdurend in deze wereld een plantenleven leidt, leert men niets en blijft dom als een bruinvisch. Kom eens op Jupiter en gij zult zien. Men moet daarboven zijn fatsoen houden, want hij heeft wachters die lang niet gemakkelijk zijn.”

Men lachte, maar geloofde slechts ten halve; hij sprak hun ook over Neptunus, waar de zeelieden goed worden ontvangen en van Mars waar de krijgslieden de voornaamste plaats bekleeden. Wat Mercurius betreft, dat is een leelijke wereld, men vindt er niets dan dieven en kooplieden, die zoozeer op elkander gelijken dat het moeielijk is hen te onderscheiden. Eindelijk hing hij hun een bekoorlijk tafereel op van Venus.

“En als wij van dien tocht terugkomen,” zeide de beminnelijke verhaler, “zal men ons decoreeren met het Zuider-kruis, dat daar ginds boven ons schittert.”—“En gij zult het wel verdiend hebben!” zeiden de matrozen.

Aldus gingen de lange avonden in den bak in vroolijke gesprekken voorbij, en gedurende dien tijd gingen de leerzame gesprekken van den doctor hun gang.

Eens sprak men over de richting der ballons, en Ferguson werd verzocht zijn gevoelen daaromtrent te zeggen.

“Ik geloof niet,” zeide hij, “dat men er toe kan geraken om de ballons te sturen. Ik ken alle beproefde of voorgestelde stelsels, niet een is er geslaagd, niet een uitvoerbaar. Gij begrijpt wel, dat ik om deze vraag heb moeten denken, daar zij voor mij van zoo groot belang was, maar ik heb haar niet kunnen oplossen met de [40]middelen der tegenwoordige werktuigkunde. Men zou eene beweging van buitengewone kracht, van eene bijna onmogelijke lichtheid moeten uitvinden. En dan nog zou men geen weerstand kunnen bieden aan eenige belangrijke luchtstroomen! Tot heden heeft men zich liever bezig gehouden met het schuitje te richten dan den ballon, en dit is de fout.”

“Er is echter,” antwoordde men, “eene groote overeenkomst tusschen een luchtballon en een schip, dat men naar willekeur stuurt.”—“Neen,” antwoordde doctor Ferguson, “dat is maar weinig of niets. De lucht is veel minder dicht dan het water, waarin het schip slechts ten halve gedompeld is, terwijl de luchtballon geheel door den dampkring omringd is en onbeweeglijk blijft met betrekking tot de omringende vloeistof.”

“Gij denkt dan dat de wetenschap uitgeput is ten aanzien der luchtballons?”

“Geenszins! Men moet iets anders zoeken, en als men een ballon niet kan sturen, moet men hem ten minste in de gunstige luchtstroomen houden. Naarmate men stijgt worden dezen meer gelijkvormig en zijn zij standvastig in hunne richting; zij worden niet meer gestoord door de bergen en dalen, die de oppervlakte van den aardbol doorploegen, en dat, gij weet het, is de voornaamste oorzaak der veranderingen van den wind. Maar als deze luchtstreken eenmaal bepaald zijn, zal de ballon zich slechts in de stroomen, die hij noodig heeft, behoeven te plaatsen.”

“Maar dan,” zeide de commandant Pennet, “zal men om hen te bereiken steeds moeten rijzen en dalen. Daar zit de wezenlijke moeielijkheid, mijn waarde doctor.”—“En waarom, commandant?”—“Laat ons elkander goed verstaan: het zal slechts eene moeielijkheid en een hinderpaal zijn voor de langdurige reizen, en niet voor enkele uitstapjes in de lucht.”—“En wat is de reden daarvan?”—“Omdat gij slechts stijgt door ballast uit te werpen en daalt door gas te verliezen, dus zullen uw gas en ballast spoedig op zijn.”

“Mijn waarde Pennet, daar zit de kwestie. Daar is de eenige moeielijkheid, die de wetenschap moet trachten te overwinnen. Er is geen spraak van het sturen der ballons, maar van het bewegen van boven naar beneden zonder het gas, dat hunne kracht uitmaakt, te verspillen.”—“Gij hebt gelijk, mijn waarde doctor, maar deze moeielijkheid is nog niet uit den weg geruimd, dit middel is nog niet gevonden.”—“Ik vraag u verschooning, het is gevonden.”—“Door wien?”—“Door mij.”—“Door u?”—“Gij begrijpt wel dat ik zonder dat het doortrekken van Afrika in een luchtballon niet zou hebben gewaagd. Na vier-en-twintig uren zou ik geen gas meer hebben.”—“Maar daarvan hebt gij in Engeland niet gesproken?”—“Neen, ik wilde niet gaarne over de tong van het publiek gaan, [41]dat scheen mij noodeloos. Ik heb in het geheim eenige voorbereidende proeven genomen en ben voldaan geweest, ik had dus niet noodig er meer te doen.”—“Welnu! mijn waarde Ferguson, mag [42]men uw geheim weten?”—“Zie hier, mijne heeren, mijn middel is zeer eenvoudig.”

Joe en de matrozen. Blz. 38.

Joe en de matrozen. Blz. 38.

De aandacht van de toehoorders bereikte haar hoogste toppunt, en de doctor nam bedaard het woord in dier voege:


1 Ik heb gevonden.

[Inhoud]

X.

Voorafgaande proeven.—De vijf kisten van den doctor.—De gaspijp.—De warmteleider.—Wijze van uitvoering: Zeker goede uitslag.

“Men heeft dikwijls beproefd, mijne heeren, naar willekeur te rijzen of te dalen, zonder het gas of den ballast van een ballon te verliezen. Een Fransch luchtreiziger, Meunier, wilde dit doel bereiken door lucht samen te persen in eene inwendige ruimte. Een Belg, doctor von Hecke, ontwikkelde door middel van wieken en paletten, eene verticale kracht, die in de meeste gevallen onvoldoende zou geweest zijn. De practische resultaten door die middelen verkregen, zijn onbeduidend geweest.

“Ik heb dus besloten de zaak op eene andere wijs aan te vatten. Vooreerst gebruik ik in het geheel geen ballast, dan in het geval van hooge noodzakelijkheid, zooals bij het breken van mijn toestel of de verplichting terstond te rijzen om een onvoorziene hinderpaal te mijden.

“Mijne middelen om te klimmen en te dalen bestaan nergens anders in dan in het doen uitzetten of inkrimpen van het gas, dat in den luchtballon besloten is, door verschillende temperaturen. Zie hier hoe ik die uitkomst verkrijg.

“Gij hebt in het schuitje verscheidene kisten zien laden, wier gebruik u onbekend is. Deze kisten zijn vijf in getal.

“De eerste bevat ongeveer 25 Gallons1 water, waarbij ik eenige druppels zwavelzuur voeg om zijne geleidende kracht te vergrooten, en ik ontleed het door middel van eene sterke Bunsensche batterij. Het water is, zoo als gij weet, samengesteld uit waterstofgas en zuurstofgas.

“Dit laatste wordt door de werking der batterij met zijne positieve pool in eene tweede kist verplaatst. Een derde, boven de [43]tweede geplaatst en van een dubbelen inhoud, ontvangt het waterstofgas, dat daar met zijne negatieve pool komt.

“Kranen, van welke de eene een tweemaal grootere opening heeft dan de andere, doen deze twee kisten gemeenschap hebben met een vierde, die kist van menging genoemd wordt. Daar vermengen zich werkelijk de twee gassoorten, die ontstaan uit de ontleding van het water. De inhoud van deze kist is ongeveer 41 kubiek voet.2

“Aan het bovenste deel dezer kist is eene buis van platina, voorzien van eene kraan.

“Gij hebt het reeds begrepen, mijne heeren: de toestel dien ik u beschrijf is niets anders dan een gaspijp voor zuurstof en waterstofgas, waarvan de hitte die der smidskolen overtreft.

“Ik ga nu over tot het tweede gedeelte van den toestel. Uit het onderste gedeelte van mijn ballon, die hermetisch gesloten is, komen twee buizen te voorschijn, die dicht bij elkander liggen. De eene begint in het midden der bovenste lagen van het waterstofgas, de andere in de onderste lagen. Deze twee buizen zijn van afstand tot afstand voorzien van sterke geledingen van Caoutchouc, die haar veroorloven zich naar de slingeringen van den luchtballon te buigen. Zij dalen beiden tot het schuitje af en steken met het andere uiteinde in eene ijzeren, cylindervormige kist, die warmtekist genoemd wordt. Zij is aan de twee uiteinden gesloten door twee sterke schijven van hetzelfde metaal. De buis, die uit het onderste gedeelte van den ballon komt, gaat in deze cylindervormige kist, door de onderste schijf; zij dringt er in door en neemt dan de gedaante aan van eene schroefvormige slang, wier op elkander geplaatste ringen bijna de geheele hoogte der kist beslaan. Voordat de slang er uitkomt, komt zij eerst in een kleinen kegel, wiens holle basis, in de gedaante van een bolvormig kapje, naar beneden gericht is. Door den top van dien kegel komt de tweede buis te voorschijn en begeeft zich, zoo als ik u gezegd heb, naar de bovenste lagen van den ballon. Het bolvormige kapje des kegels is van platina, opdat het niet smelte door den invloed van de gaspijp, want deze is geplaatst op den bodem van de ijzeren kist, in het midden van de schroefvormige slang, en het uiteinde van zijne vlam zal dit kapje lekken. Gij weet, mijne heeren, wat een verwarmingstoestel is om de vertrekken te verwarmen, gij weet hoe die werkt. De lucht van het vertrek wordt gedwongen door de buizen te gaan, en komt er weder uit met een hoogere temperatuur. Maar wat ik u daar beschreven heb, is inderdaad niets anders dan een verwarmingstoestel. Wat gebeurt er nu? Als de gaspijp aangestoken is, [44]wordt het waterstofgas van de slang en den hollen kegel heet en stijgt snel op door de buis, die het naar het bovenste gedeelte van den ballon voert. Onderaan komt een luchtledig en dit trekt het gas in de benedenste deelen aan, dat op zijne beurt warm wordt en voortdurend vervangen wordt; dus ontstaat er in de buizen en in de slang een zeer snelle stroom van gas, dat uit den ballon komt en er weder in terugkeert, terwijl het onophoudelijk heeter wordt.

“De gassoorten zetten 1/481 van hunne massa uit bij elken graad warmte, als ik dus de temperatuur 18 graden Fahrenheit hooger maak, zal het waterstofgas van den ballon 18/481 van zijne massa uitzetten, dat is 1674 kubiek voet3, hij zal dus 1674 kubiek voet lucht meer verplaatsen, hetgeen zijne stijgingskracht met 160 pond zal vermeerderen. Dit komt op hetzelfde neer alsof men evenveel ballast uitwerpt. Als ik de temperatuur 180° verhoog zal het gas 180/481 uitzetten, het zal dan 16740 kubiek voet4 meer verplaatsen, en zijne stijgkracht zal met 1600 pond vermeerderen.

“Gij begrijpt, mijne heeren, dat ik dus gemakkelijk eene aanzienlijke stoornis’ in het evenwicht kan verkrijgen. De inhoud van den ballon is zoodanig berekend dat, als hij ten halve gevuld is, hij een gewicht lucht verplaatst, precies gelijk aan het omkleedsel van het waterstofgas en het schuitje beladen met de reizigers en al zijn toebehooren. Dan is hij volmaakt in evenwicht in de lucht, en hij steigt noch daalt.

“Om te stijgen, breng ik het gas op eene hoogere temperatuur dan die van de omringende lucht, door middel van mijne gaspijp. Door deze overmaat van warmte verkrijgt het eene sterkere spanning en doet den ballon meer zwellen, die des te hooger stijgt, naar mate ik het gas doe uitzetten. De daling geschiedt natuurlijk door de hitte van de gaspijp te matigen en de temperatuur te verkoelen. In het algemeen zal men dus sneller klimmen dan dalen. Dit is een gelukkige omstandigheid, ik heb nooit eenig belang bij eene snelle daling, maar door eene spoedige rijzing vermijd ik de hinderpalen. De gevaren zijn beneden, niet boven.

“Overigens heb ik, zoo als ik heb gezegd, eene zekere hoeveelheid ballast, die mij zal veroorloven nog sneller te rijzen, als het noodig wordt. Mijne klep, op de bovenste pool des ballons, behoudt altijd dezelfde hoeveelheid waterstofgas; de veranderingen van temperatuur, [45]die ik in dit besloten gas voortbreng, verschaffen alleen de bewegingen van rijzen en dalen.

“Nu, mijne heeren, zal ik als practische bijzonderheid het volgende [46]hier bijvoegen. Het verbranden van waterstof en zuurstofgas aan de punt van de gaspijp brengt slechts waterdamp voort. Daarom heb ik het benedenste deel der cylindervormige ijzeren kist met eene aflatingsbuis met klep voorzien, die bij minder dan twee atmospheren druk werkt; zoodra zij die spanning bereikt heeft, ontsnapt de damp van zelve. Zie hier nauwkeurige berekeningen. Vijf-en-twintig gallons5 ontleed water geven twee honderd pond zuurstofgas en 25 pond waterstofgas. Dit stelt, bij gewonen luchtdruk, 1890 kub. voet6 van het eerste en 37807 kub. voet van het tweede voor, te zamen 5670 kub. voet8 mengsel. Maar de kraan van mijne gaspijp geheel geopend zijnde, verteert 27 kub. voet9 in het uur met eene vlam, die ten minste zes malen heeter is dan die van de groote gaslantaarns. Ik zal dus gemiddeld, en om mij op eene geringe hoogte te houden, niet meer dan 9 kub. voet10 per uur verbranden; mijne 25 gallons water verschaffen mij dus eene luchtreis van 630 uren, of een weinig meer dan 26 dagen. Daar ik nu naar willekeur kan dalen en mijn voorraad van water op de aarde kan vernieuwen, kan mijne reis zoo lang duren als ik wil.

“Ziedaar mijn geheim, mijne heeren, het is eenvoudig en moet slagen. De uitzetting en inkrimping van het gas in den luchtballon is mijn middel, dat geen omslachtigen toestel noodig heeft. Een verwarmingstoestel om mijne temperatuur te doen veranderen, een gaspijp om die te verwarmen, is noch ongemakkelijk noch zwaar. Ik geloof dus alle voorwaarden voor een goeden uitslag te hebben vervuld.”

Zanzibar. Blz. 47.

Zanzibar. Blz. 47.

Dus eindigde doctor Ferguson zijne rede, en hij werd van harte toegejuicht. Men kon hem geene tegenwerping meer maken, alles was voorzien en opgelost.

“Echter,” zeide de commandant, “het kan gevaarlijk zijn.”—“Wat komt dat er op aan,” zeide de doctor, “als het uitvoerbaar is.” [47]


1 111.32 Liter.

2 1.512 Kubieke Meters.

3 Ongeveer 62 Kub. Meter.

4 Ongeveer 620 Kub. Meter.

5 111.32 Liter.

6 70 Kub. Meter zuurstofgas.

7 140 Kub. Meter waterstofgas.

8 210 Kub. Meter.

9 Een Kubieke Meter.

10 ⅓ Kubieke Meter.

[Inhoud]

XI.

Aankomst te Zanzibar.—De engelsche consul.—Slechte stemming der inwoners.—Het eiland Koumbeni.—De regenmakers.—Vulling van den ballon.—Vertrek op den 18den April.—Laatst vaarwel.—De Victoria.

Een goede wind had den gang van de Resolute naar de plaats der bestemming begunstigd. De vaart door het kanaal van Mozambique was bijzonder kalm. De zeereis deed een goed vermoeden opvatten van de luchtreis. Ieder haakte naar het oogenblik der aankomst en wilde de laatste hand leggen aan de toebereidselen van doctor Ferguson.

Eindelijk kwam het schip in het gezicht van de stad Zanzibar op het eiland van denzelfden naam gelegen, en den 15den April, ten 11 uur ’s morgens, liet men het anker in de haven vallen.

Het eiland Zanzibar behoort aan den Iman van Maskate, bondgenoot van Frankrijk en Engeland en het is zeker zijne schoonste volkplanting. In de haven komen een groot aantal schepen van de naburige streken.

Het eiland is van de Afrikaansche kust slechts door een kanaal gescheiden, welks grootste breedte dertig mijlen niet te boven gaat. Het drijft een aanzienlijken handel in gom, ivoor en vooral in “ebbenhout,” want Zanzibar is de grootste slavenmarkt. Daar is het middelpunt van samenkomst van den buit, veroverd in de gevechten die de inlandsche opperhoofden elkander onophoudelijk leveren. Deze handel strekt zich over de geheele oostkust uit tot aan de breedte waaronder de Nijl ligt, en G. Le Jean heeft hem openlijk zien drijven onder Fransche vlag.1

Bij de aankomst van de Resolute kwam de Engelsche consul te Zanzibar aan boord en stelde zich ter beschikking van den doctor, van wiens ontwerpen hij sedert eene maand door de Europeesche dagbladen op de hoogte was gehouden. Maar tot heden behoorde hij tot de talrijke ongeloovigen.—“Ik twijfelde,” zeide hij, de hand aan Samuel Ferguson toereikende, “maar nu twijfel ik niet meer.”

Hij bood zijn eigen huis den doctor, Dick Kennedy en natuurlijk ook den braven Joe aan.

Door zijne zorg kreeg de doctor kennis van verschillende brieven, die hij van kapitein Speke had ontvangen. De kapitein en zijne metgezellen hadden verschrikkelijk te lijden gehad van den honger en het slechte weder, voordat zij het land Ugogo bereikten; zij vorderden slechts met de uiterste moeielijkheid en dachten niet spoedig weder iets van zich te kunnen doen hooren.—“Ziedaar [48]nu gevaren en ontberingen, die wij zullen weten te vermijden,” zeide de doctor.

De bagage der drie reizigers werd naar het huis des consuls gebracht. Men maakte zich gereed den ballon op het strand van Zanzibar te ontschepen; bij den seinpaal was eene gunstige plek, in de nabijheid van een groot gebouw, dat hem tegen den Oostenwind zou beschutten. Deze groote toren, gelijk aan een vat dat overeind staat, en in vergelijking waarvan het Heidelberger vat slechts een klein vaatje was, diende tot fort, en op het platte dak hielden Beloutchis, met lansen gewapend, de wacht.

Maar toen de luchtbal ontscheept zou worden werd de consul gewaarschuwd, dat de bevolking zich met geweld daartegen zou verzetten. Niets is zoo blind als dweepzuchtige hartstochten. De tijding der aankomst van een christen, die in de lucht zou opstijgen, werd met verbittering ontvangen; de negers, veel meer ontroerd dan de Arabieren, zagen in dit ontwerp vijandelijke bedoelingen jegens hen; zij geloofden dat men het op de zon en de maan voorzien had. Deze twee hemellichamen zijn een voorwerp van vereering voor de Afrikaansche volksstammen. Men besloot dus zich tegen deze heiligschennende expeditie te verzetten.

De consul, van deze stemming onderricht, hield raad met doctor Ferguson en den commandant Pennet. Deze laatste wilde niet voor bedreigingen terugdeinzen, maar zijn vriend deed hem te dien opzichte rede verstaan.

“Wij zouden zekerlijk de bovenhand krijgen,” zeide hij, “de garnizoen-soldaten van den Iman zelf zouden ons, desgevorderd, gewapenderhand bijstaan, maar, mijn waarde commandant, een ongeluk ligt in een klein hoekje; er zou slechts één ongelukkig schot noodig zijn om aan den ballon een onherstelbaar nadeel toe te brengen en de reis zou voor goed verhinderd zijn; wij moeten dus met de grootste voorzorgen handelen.”

“Maar wat te doen? Als wij op de kust van Afrika ontschepen, zullen wij dezelfde moeielijkheden ondervinden!”—“Niets is eenvoudiger,” antwoordde de consul. “Zie deze eilanden, die aan de andere zijde der haven liggen, ontscheep uw luchtbal op een daarvan, versterk u met eene troep matrozen en gij zult geen gevaar loopen.”

“Kapitaal!” zeide de doctor, “en wij zullen op ons gemak onze toebereidselen kunnen maken.”

De commandant gaf gehoor aan dien raad. De Resolute naderde het eiland Koumbeni. In den morgen van den 16den April werd de ballon in veiligheid gebracht te midden eener opene plek in de groote bosschen die daar groeien.

Men plaatste twee palen, 80 voet hoog en op even grooten afstand van elkander; een stel katrollen aan hun uiteinde vastgemaakt, [49]veroorloofde den luchtballon in de hoogte te heffen door een dwars gelegen kabel; toen was hij nog geheel ongevuld. De binnenste ballon was aan den top van den buitensten zoodanig vastgemaakt, dat hij eveneens kon worden opgelicht. Aan het binnenste verlengstuk van iederen ballon waren de geleibuizen voor het waterstofgas bevestigd. De dag van den 17den werd doorgebracht met het schikken van den toestel, bestemd tot vorming van het gas; hij was samengesteld uit 30 tonnen, in welke het water ontleed werd door middel van oud ijzer en zwavelzuur, dat in eene groote menigte water met elkander in verband werd gebracht. Het waterstof kwam in eene groote, in het midden geplaatste ton, na bij zijn doorgang te zijn gewasschen, en vandaar in elken luchtballon door de geleibuizen. Op deze wijze werden beiden met eene bepaalde hoeveelheid gas gevuld.

De lege ballon, opgehezen tussen twee palen twee palen.

[50]

Voor deze bewerking moest men 1866 gallons2 zwavelzuur, 16050 pond ijzer3 en 9166 gallons4 water gebruiken. Zij begon den volgenden morgen tegen drie uur en duurde bijna acht uren. Des anderen daags hing de ballon, bedekt met zijn net, bevallig in evenwicht boven het schuitje, vastgehouden door een groot aantal zakken aarde. De toestel voor de uitzetting werd met groote zorg in elkander gezet en de buizen, die uit den ballon kwamen, werden aan de cylindervormige kist vastgemaakt.

De ballon, gedeeltelijk gevuld.

De ankers, touwen, werktuigen, dekens, de tent, de levensmiddelen en de wapens namen elk hunne bepaalde plaats in het schuitje in; de voorraad water werd te Zanzibar ingenomen. De tweehonderd pond ballast werd verdeeld in vijftig zakken op den bodem van het schuitje, maar onder het bereik van de hand.

Deze toebereidselen eindigden tegen 5 uur des avonds; schildwachten waakten onophoudelijk rondom het eiland, en de sloepen van de Resolute doorkruisten het kanaal. De negers betoonden voortdurend hun toorn door kreten, grimassen en allerlei lichaamsverdraaiingen. De toovenaars doorliepen de vertoornde groepen, deze verbittering aanwakkerende, en eenige dweepzuchtigen beproefden het eiland met zwemmen te bereiken, maar men verwijderde hen gemakkelijk. [51]

Toen begonnen de duivelskunsten en de bezweringen, de regenmakers, die beweren de wolken te kunnen bevelen, riepen de orkanen en de “steenregens,”5 te hulp; daarvoor plukten zij bladeren van alle soorten van boomen des lands, deden die koken op een klein vuur, terwijl men een schaap doodde, door het eene lange naald in het hart te stooten. Maar in spijt van hunne plechtigheden bleef de hemel helder.

De ballon, geheel gevuld.

De negers gaven zich toen over aan woedende drinkgelagen, zich dronken makende met den “tembo”, een bedwelmenden drank, dien men van den kokosboom verkrijgt, of met een soort van zeer koppig bier “togwa” genoemd. Hunne zangen, zonder eenige geregelde melodie, maar met eene zeer juiste maat, duurden tot laat in den nacht.

Tegen zes uur des avonds vereenigde een laatste maaltijd de reizigers aan de tafel van den commandant en zijne officieren. Kennedy, wien niemand meer ondervroeg, mompelde onhoorbare woorden; hij verloor doctor Ferguson niet uit het gezicht.

Deze maaltijd was niet vroolijk. Het naderende laatste oogenblik veroorzaakte pijnlijke overdenkingen. Wat zou het lot van die stoutmoedige reizigers zijn? Zouden zij elkaar ooit terugvinden te midden hunner vri